Fill in the blank

Oorzaken en terugblikken

Maak de tijdlijn duidelijk met een passende hulpwerkwoordsvorm en verleden tijd.

0 / 25 blanks filled0%

Question 1

Ik stond voor een dichte deur: ik _____ mijn sleutel op kantoor _____.

Options: had, heb, was, vergat, vergeten, vergeet

Question 2

Toen we bij het restaurant aankwamen, bleek dat Noor al _____.

Options: heeft gereserveerd, had gereserveerd, reserveerde

Question 3

De reizigers kwamen te laat: de trein _____ al _____.

Options: had, is, was, vertrok, vertrekt, vertrokken

Question 4

Mila kende de route goed, want ze _____ die rit eerder vaak _____.

Options: had, heeft, was, gemaakt, maakte, maken

Question 5

Voor die avond _____ Amir nog nooit voor zo veel mensen _____.

Options: heeft, had, was, sprak, gesproken, spreken

Question 6

Toen de hulp arriveerde, _____ de bewoners al _____.

Options: hadden, zijn, waren, vertrekken, vertrokken ze, vertrokken

Question 7

Nadat de technicus de kabel _____, startte hij het systeem opnieuw.

Options: had vervangen, heeft vervangen, verving

Question 8

Nadat zij de deur gesloten _____, liep ze naar de lift.

Options: heeft, had, is

Question 9

Voordat de winkel sloot, _____ wij alle bestellingen al _____.

Options: hebben, verwerkten, hadden, verwerkt, verwerken

Question 10

Daan was opgelucht omdat hij het verslag net op tijd _____.

Options: had ingeleverd, heeft ingeleverd, leverde in

Question 11

De weg was afgesloten. Eerder die ochtend _____ een vrachtwagen een lading _____.

Options: heeft, had, was, verloor, verloren, verliezen

Question 12

Na de verklaring van de oorzaak gaat het verhaal verder: De politie _____ het verkeer om en maakte de weg vrij.

Options: heeft geleid, had geleid, leidde

Question 13

Vorige zomer _____ Noor naar Gent _____. Er is geen later verleden moment genoemd.

Options: is, was, had, verhuist, verhuisde, verhuisd

Question 14

Toen ik haar vorige maand belde, _____ Noor al naar Gent _____.

Options: is, was, had, verhuisd, verhuisde, verhuizen

Question 15

Toen de docent het vroeg, _____ ik die schrijver nog nooit _____.

Options: heb, was, had, las, gelezen, lezen

Practice Oorzaken en terugblikken with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Oorzaken en terugblikken in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.