Fill in the blank

Hier of daar

Kies het passende hier- of daarwoord voor de zaak, persoon of situatie.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Neem deze afstandsbediening. _____ zet u de televisie aan.

Options: Hiermee, Daarin, Daarvan

Question 2

Je bericht is aangekomen. Ik reageer morgen _____.

Options: hiermee, daarop, daarvan

Question 3

Het voorstel ligt op tafel. Wat vind je _____?

Options: hierin, daarvoor, daarvan

Question 4

Hier is de map van de boekhouding. _____ staan de facturen van maart.

Options: Hierin, Daarmee, Daarvan

Question 5

Het contract bevat een fout. Ik heb _____ met de jurist gebeld.

Options: daarvan, daarover, hiermee

Question 6

Alstublieft, uw nieuwe betaalpas. _____ kunt u contactloos betalen.

Options: Daarvan, Daarin, Hiermee

Question 7

De trein heeft vertraging. _____ mis ik mijn aansluiting.

Options: Daardoor, Daarvan, Daarin

Question 8

We bespreken morgen het budget. Heb je _____ de laatste cijfers al?

Options: daarheen, daarvoor, daardoor

Question 9

Het project is gestart. Amir werkt _____ met twee collega's.

Options: daarop, daarmee, daaraan

Question 10

De code staat op dit kaartje. _____ krijg je toegang tot de website.

Options: Hiermee, Daarvan, Daarna

Question 11

Noor heeft een klacht ingediend. De klantenservice reageert _____.

Options: daarin, daarop, daarmee

Question 12

Hier is het conceptcontract. _____ ontbreekt nog het adres van de huurder.

Options: Daarmee, Daartoe, Hierin

Question 13

Mijn collega Sara helpt me bij de presentatie. Ik oefen vanmiddag _____.

Options: met haar, daarmee, hiermee

Question 14

De vergunning is nog niet binnen. De aannemer wacht _____ voordat hij begint.

Options: op haar, daarop, op hem

Question 15

De bewoners hebben een voorstel gestuurd. De gemeente reageert _____, niet op de bewoners zelf.

Options: op hen, met haar, daarop

Practice Hier of daar with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Hier of daar in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.