Question 1
Neem deze afstandsbediening. _____ zet u de televisie aan.
Options: Hiermee, Daarin, Daarvan
Kies het passende hier- of daarwoord voor de zaak, persoon of situatie.
Question 1
Neem deze afstandsbediening. _____ zet u de televisie aan.
Options: Hiermee, Daarin, Daarvan
Question 2
Je bericht is aangekomen. Ik reageer morgen _____.
Options: hiermee, daarop, daarvan
Question 3
Het voorstel ligt op tafel. Wat vind je _____?
Options: hierin, daarvoor, daarvan
Question 4
Hier is de map van de boekhouding. _____ staan de facturen van maart.
Options: Hierin, Daarmee, Daarvan
Question 5
Het contract bevat een fout. Ik heb _____ met de jurist gebeld.
Options: daarvan, daarover, hiermee
Question 6
Alstublieft, uw nieuwe betaalpas. _____ kunt u contactloos betalen.
Options: Daarvan, Daarin, Hiermee
Question 7
De trein heeft vertraging. _____ mis ik mijn aansluiting.
Options: Daardoor, Daarvan, Daarin
Question 8
We bespreken morgen het budget. Heb je _____ de laatste cijfers al?
Options: daarheen, daarvoor, daardoor
Question 9
Het project is gestart. Amir werkt _____ met twee collega's.
Options: daarop, daarmee, daaraan
Question 10
De code staat op dit kaartje. _____ krijg je toegang tot de website.
Options: Hiermee, Daarvan, Daarna
Question 11
Noor heeft een klacht ingediend. De klantenservice reageert _____.
Options: daarin, daarop, daarmee
Question 12
Hier is het conceptcontract. _____ ontbreekt nog het adres van de huurder.
Options: Daarmee, Daartoe, Hierin
Question 13
Mijn collega Sara helpt me bij de presentatie. Ik oefen vanmiddag _____.
Options: met haar, daarmee, hiermee
Question 14
De vergunning is nog niet binnen. De aannemer wacht _____ voordat hij begint.
Options: op haar, daarop, op hem
Question 15
De bewoners hebben een voorstel gestuurd. De gemeente reageert _____, niet op de bewoners zelf.
Options: op hen, met haar, daarop
Practice Hier of daar with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Hier of daar in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.