Hier- en daarwoorden met een voorzetsel
Leer met hiermee, daarop en daarvan precies naar dingen en situaties verwijzen, en kies het juiste hier- of daarwoord met een Nederlands voorzetsel.
In plaats van met dit, op dat of van het plan gebruikt het Nederlands vaak een combinatie met hier of daar: hiermee, daarop, daarvan. Zulke woorden verwijzen vooral naar dingen, ideeën en situaties.
Na deze les kun je:
- hier + voorzetsel en daar + voorzetsel vormen;
- kiezen tussen een nabije of nieuwe verwijzing en een bekende verwijzing;
- personen anders behandelen dan dingen;
- vragen met waar + voorzetsel begrijpen en beantwoorden.
Voorzetsel + ding wordt vaak één woord
Bij een ding staat het voorzetsel niet altijd vóór een persoonlijk voornaamwoord. Je vervangt de combinatie vaak door hier/daar + voorzetsel.
| Volledige woordgroep | Verwijzing |
|---|---|
| met deze sleutel | hiermee |
| op dat bericht | daarop |
| van het voorstel | daarvan |
| over die klacht | daarover |
| in deze map | hierin |
| voor dat doel | daarvoor |
- Dit is de nieuwe sleutel. Hiermee opent u de achterdeur.
- Ik heb je bericht gelezen en reageer daarop.
- Het plan is nog niet af. We praten morgen daarover.
De volgorde draait om: met dit wordt hier + mee, op dat wordt daar + op. Bij met wordt het tweede deel mee en bij tot wordt het toe: hiermee, daartoe.
Hier- wijst dichtbij of introduceert iets
Een hierwoord verwijst vaak naar iets dat de spreker aanwijst, laat zien of direct presenteert.
- Hierin staan de afspraken voor vandaag. De spreker toont bijvoorbeeld een document.
- Hiermee kunt u online betalen. De spreker introduceert een pas of functie.
- Hierover wil ik één vraag stellen. De spreker brengt het onderwerp naar voren.
Dat hoeft niet letterlijk dichtbij te zijn. In een tekst kan hierin verwijzen naar het document of onderwerp dat op dat moment centraal staat.
Het contrast tussen hier- en daar- gaat niet alleen over fysieke afstand. Het gaat ook over aandacht: hier- presenteert, daar- verwijst vaak terug.
Daar- verwijst terug naar iets bekends
Een daarwoord verwijst vaak naar informatie die al genoemd is.
- De trein heeft vertraging. Daardoor kom ik later.
- Amir heeft een nieuw project. Hij werkt daaraan met drie collega's.
- We bespreken morgen het budget. Heb je daarvoor de cijfers al?
- Het contract bevat een fout. Ik heb daarover gebeld.
Het precieze voorzetsel komt van de combinatie die je nodig hebt: werken aan, bellen over, wachten op, zorgen voor.
Zoek eerst de vaste combinatie: reageren op iets. Vervang daarna iets door daar en zet de delen samen: daarop reageren.
Personen krijgen voorzetsel + voornaamwoord
Gebruik bij een concrete persoon meestal voorzetsel + hem/haar/hen en niet een hier- of daarwoord.
- Ik werk met Noor. → Ik werk met haar.
- We wachten op de arts. → We wachten op hem.
- Zij zorgt voor haar ouders. → Zij zorgt voor hen.
Vergelijk:
- Ik wacht op de uitslag → Ik wacht daarop.
- Ik wacht op de manager → Ik wacht op haar.
Bij een groep personen gebruik je een persoonlijk voornaamwoord: Ik werk met het team. Ik werk met hen. Verwijs je naar een besluit of plan van een commissie, dan gebruik je een daarwoord: De commissie heeft een besluit genomen. Ik reageer daarop.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
Vragen met waar-
De vraagvorm voor dingen begint vaak met waar.
| Vraag | Mogelijk antwoord |
|---|---|
| Waarmee open je dit? | Hiermee, met deze code. |
| Waarop wacht je? | Op de uitslag. / Daarop. |
| Waarover gaat de podcast? | Over stadsnatuur. / Daarover. |
| Waarvan is deze tas gemaakt? | Van leer. / Daarvan. |
Bij personen blijft het voorzetsel vóór wie: met wie, op wie, voor wie. Vraag dus Met wie werk je?, niet Waarmee werk je? als het antwoord een collega is.
In gesproken Nederlands is de gesplitste vraag vaak het gewoonst: Waar wacht je op? Waarop wacht je? klinkt formeler en past vooral in schrijftaal.
Vraag over een ding: Waarvoor gebruik je deze app?
Antwoord: Hiermee plan ik mijn reizen. Ik krijg daarin ook informatie over vertragingen.
Vraag over een persoon: Met wie reis je? — Met mijn zus.
Betekenisverschillen tussen combinaties
Een ander voorzetsel maakt een ander woord en vaak een andere betekenis.
- daardoor noemt vaak een oorzaak of middel: Het vroor; daardoor was de weg glad.
- daarvoor verwijst naar een doel, reden of eerder genoemd onderdeel: Daarvoor heb je een code nodig.
- daarvoor kan ook tijd betekenen: We eten om zes uur; daarvoor doe ik boodschappen.
- daarna ordent tijd: Eerst bellen we; daarna sturen we een brief.
- daarnaast kan plaats of toevoeging betekenen: Daarnaast staat een kast of Daarnaast is de cursus gratis.
Leer de combinatie in een volledige zin. Alleen het voorzetsel vertalen is onvoldoende.
Niet elk voorzetsel vormt zo'n woord: bij zonder, sinds en behalve gebruik je geen hier-/daar-/er-woord.
Aaneen of gesplitst?
Als de delen direct naast elkaar staan, schrijf je ze aaneen: hiermee, daarop, daarover. In veel zinnen kunnen ze worden gesplitst: Daar wil ik morgen over praten en Ik heb er lang op gewacht.
De gesplitste vorm is vaak natuurlijk in het middenstuk. Die woordvolgorde is het onderwerp van de volgende les. Voor nu is de kern:
- bepaal of je naar een ding of persoon verwijst;
- kies het voorzetsel van de vaste combinatie;
- gebruik bij een ding hier-/daar-/waar- + voorzetsel;
- schrijf aangrenzende delen als één woord.
Zo wordt Ik reageer op het voorstel korter en natuurlijk: Ik reageer daarop.
Er + voorzetsel zonder nadruk
Erop, erover en ervan zijn onbeklemtoond en zeer gewoon wanneer je neutraal naar iets bekends verwijst: Ik wacht erop. Gebruik daarop als je nadruk legt: Ik wacht dáárop, niet op de uitslag.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
39 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 39 words and review them later.
Hier- en daarverwijzingen opbouwen
39 wordsLast updated October 11, 2026