Question 1
Sommige cursisten ontbreken, maar de meeste zijn er. _____ is aanwezig.
Options: Niet iedereen, Niemand, Iedereen
Kies de formulering die het bedoelde bereik en de verwijzing helder uitdrukt.
Question 1
Sommige cursisten ontbreken, maar de meeste zijn er. _____ is aanwezig.
Options: Niet iedereen, Niemand, Iedereen
Question 2
De zaal is helemaal leeg. _____ is aanwezig.
Options: Niet iedereen, Niemand, Iedereen
Question 3
Ik begrijp de hoofdlijn, maar enkele details niet. Ik begrijp _____.
Options: niets, alles, niet alles
Question 4
Geen enkel deel van de uitleg is duidelijk. Ik begrijp _____.
Options: niets, niet alles, geen alles
Question 5
Elke deelnemer moet zich kunnen legitimeren. Iedereen neemt _____ identiteitsbewijs mee.
Options: hun gezamenlijke, een eigen, elkaars
Question 6
Alle deelnemers nemen _____ identiteitsbewijs mee.
Options: zijn, haar, hun
Question 7
Volgens de taakverdeling _____ de aanvragen.
Options: controleren de medewerkers, controleert de medewerkers, controleren men
Question 8
De gespreksleider wil niemand persoonlijk beschuldigen en formuleert het daarom zonder iemand aan te spreken: “_____, ontstaat er een probleem.”
Options: Als jij je afspraken niet nakomt, Als afspraken niet worden nagekomen, Als je altijd fouten maakt
Question 9
Noor, _____ je jas hier laten liggen.
Options: je hebben, men hebt, je hebt
Question 10
In de winter _____ vaak een warme jas.
Options: draag je, draag men, draag u
Question 11
De docent overlegt _____ over het nieuwe rooster.
Options: met men, met hen, met zij
Question 12
_____ je nodig hebt, staat in deze map.
Options: Alle wat, Alles die, Alles wat
Question 13
De groep bestaat uit de aanwezige collega's. _____ heeft zijn of haar naam gecontroleerd.
Options: Iedereen, Alle, Allen
Question 14
De losse materialen liggen klaar. _____ materialen liggen op tafel.
Options: Alles, Alle, Al
Question 15
Men vult het formulier in en daarna _____ het op.
Options: stuurt je, sturen men, stuurt men
Practice Bereik en verwijzing with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bereik en verwijzing in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.