Fill in the blank

Bereik en verwijzing

Kies de formulering die het bedoelde bereik en de verwijzing helder uitdrukt.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Sommige cursisten ontbreken, maar de meeste zijn er. _____ is aanwezig.

Options: Niet iedereen, Niemand, Iedereen

Question 2

De zaal is helemaal leeg. _____ is aanwezig.

Options: Niet iedereen, Niemand, Iedereen

Question 3

Ik begrijp de hoofdlijn, maar enkele details niet. Ik begrijp _____.

Options: niets, alles, niet alles

Question 4

Geen enkel deel van de uitleg is duidelijk. Ik begrijp _____.

Options: niets, niet alles, geen alles

Question 5

Elke deelnemer moet zich kunnen legitimeren. Iedereen neemt _____ identiteitsbewijs mee.

Options: hun gezamenlijke, een eigen, elkaars

Question 6

Alle deelnemers nemen _____ identiteitsbewijs mee.

Options: zijn, haar, hun

Question 7

Volgens de taakverdeling _____ de aanvragen.

Options: controleren de medewerkers, controleert de medewerkers, controleren men

Question 8

De gespreksleider wil niemand persoonlijk beschuldigen en formuleert het daarom zonder iemand aan te spreken: “_____, ontstaat er een probleem.”

Options: Als jij je afspraken niet nakomt, Als afspraken niet worden nagekomen, Als je altijd fouten maakt

Question 9

Noor, _____ je jas hier laten liggen.

Options: je hebben, men hebt, je hebt

Question 10

In de winter _____ vaak een warme jas.

Options: draag je, draag men, draag u

Question 11

De docent overlegt _____ over het nieuwe rooster.

Options: met men, met hen, met zij

Question 12

_____ je nodig hebt, staat in deze map.

Options: Alle wat, Alles die, Alles wat

Question 13

De groep bestaat uit de aanwezige collega's. _____ heeft zijn of haar naam gecontroleerd.

Options: Iedereen, Alle, Allen

Question 14

De losse materialen liggen klaar. _____ materialen liggen op tafel.

Options: Alles, Alle, Al

Question 15

Men vult het formulier in en daarna _____ het op.

Options: stuurt je, sturen men, stuurt men

Practice Bereik en verwijzing with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bereik en verwijzing in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.