Question 1
Het antwoord is echt; het is de _____.
Options: waarheid, waarhijd, waarhijt
Kies de juiste spelling. Gebruik het vaste achtervoegsel of het bekende woord uit dezelfde familie.
Question 1
Het antwoord is echt; het is de _____.
Options: waarheid, waarhijd, waarhijt
Question 2
Deze trein rijdt honderd kilometer per uur. Dat is zijn _____.
Options: snelhijd, snelheid, snelhijt
Question 3
Bewegen en goed eten zijn belangrijk voor je _____.
Options: gezondhijt, gezondhijd, gezondheid
Question 4
De uitleg is gemakkelijk te begrijpen; hij is _____.
Options: duidelijk, duideleik, duidelik
Question 5
De nieuwe buurvrouw groet iedereen en helpt graag. Zij is _____.
Options: vriendelik, vriendelijk, vriendeleik
Question 6
Sam vertelt precies wat er gebeurde; hij is _____.
Options: eerleik, eerlik, eerlijk
Question 7
De winkel waar brood wordt gebakken is een _____.
Options: bakkerij, bakkerei, bakkerie
Question 8
Op een _____ wonen vaak koeien en andere dieren.
Options: boerderei, boerderij, boerderie
Question 9
Aan de muur hangt een geschilderde afbeelding: een _____.
Options: schilderei, schilderie, schilderij
Question 10
Een afspraak voor korte tijd is een _____ afspraak.
Options: tijdelijke, teidelijke, tijdelukke
Question 11
Iemand die veel reizen maakt, is een _____.
Options: rijziger, reiziger, reizeger
Question 12
Een jas met een hoge prijs is een _____ jas.
Options: preizige, prizege, prijzige
Question 13
Vandaag is het koud; morgen wordt het nog _____.
Options: kouder, kauder, kouwder
Question 14
Deze trui is blauw, maar die jas is nog _____.
Options: blouwer, blauwer, blawer
Question 15
De persoon die huizen bouwt, is een _____.
Options: bauwer, bouwur, bouwer
Practice Woorddelen en families with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Woorddelen en families in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.