A2 · ElementaryLesson 3 of 4

IJ of ei en au of ou spellen

Leer woorden met ij of ei en au of ou correct spellen met betrouwbare woorddelen, woordfamilies, betekenisparen en praktische leerstrategieën.

By the flumi team About 8 min read 86 vocabulary wordsGrammar learning path: Spellingtekens en klankwisselingen

De lettercombinaties ij en ei klinken in het Standaardnederlands meestal hetzelfde. Dat geldt ook voor au en ou. Je kunt de juiste spelling daarom vaak niet horen: je moet het woordbeeld leren.

Na deze les kun je:

  • veelvoorkomende woorden met ij/ei en au/ou herkennen;
  • betrouwbare achtervoegsels en woordfamilies gebruiken;
  • homofonen met dezelfde klank maar een andere betekenis uit elkaar houden.

Eén klank, twee schrijfwijzen

Klank Mogelijke spelling Voorbeelden
ij/ei-klank ij tijd, blijven, ijs, prijs
ij/ei-klank ei trein, klein, reis, meisje
au/ou-klank au blauw, augustus, pauze, saus
au/ou-klank ou oud, koud, hout, zout

Verander de schrijfwijze niet op basis van de uitspraak. Trein en tijd hebben dezelfde klinkerklank, maar de ene vorm heeft ei en de andere ij.

Betrouwbare woorddelen

Sommige achtervoegsels hebben een vaste spelling. Die geven je een bruikbare aanwijzing.

Achtervoegsel Spelling Voorbeelden
-heid altijd ei waarheid, snelheid, gezondheid
-teit altijd ei universiteit, kwaliteit, activiteit
-lijk altijd ij duidelijk, vriendelijk, eerlijk
-ij altijd ij bakkerij, boerderij, schilderij

Bij -heid blijft dat ook in het meervoud -heden: waarheden, mogelijkheden. -lijk is een ander soort geval: het wordt met ij geschreven, maar klinkt onbeklemtoond als een doffe e, zoals in duidelijk.

Zoek eerst een herkenbaar woorddeel. Eindigt het woord op -heid, -teit, -lijk of -ij? Dan hoef je de klinker niet te raden.

Vergelijk eerlijk en eerlijkheid: in beide woorden schrijf je -lijk met ij. In eerlijkheid komt daar -heid met ei bij.

Veelgebruikte woorden met ij en ei

Leer ook deze korte kernlijsten. Deze woorden hebben geen van de achtervoegsels hierboven.

Spelling Woorden
ij mij, jij, hij, wij, zij, bij
ei mei, eigen, allebei, beide, klein, weinig

Mij, jij, hij, wij en zij zijn voornaamwoorden. Bij is een voorzetsel, zoals in bij de deur.

Leer woorden in een familie

Verwante woorden behouden de belangrijke lettercombinatie meestal. Eén bekend woord helpt je daardoor meerdere vormen spellen.

Basiswoord Woordfamilie
tijd tijden, tijdelijk, tijdstip
reis reizen, reiziger, reisplan
prijs prijzen, prijzig, prijskaartje
koud koude, kouder, verkouden
blauw blauwe, blauwer, blauwachtig
bouw bouwen, bouwer, gebouw

Ik ken de spelling van reis. Daarom schrijf ik ook reizen en reiziger met ei.

Ik ken de spelling van tijd. Daarom hebben tijdelijk en tijdstip ook ij.

Sterke werkwoorden met ij

Veel sterke werkwoorden hebben ij in het hele werkwoord en ee in de verleden tijd. Leer deze vormen samen:

Hele werkwoord Verleden tijd met ik
kijken ik keek
blijven ik bleef
schrijven ik schreef
krijgen ik kreeg

Ken je zo'n paar, bijvoorbeeld kijken – keek? Dan helpt de vorm met ee je onthouden dat je het hele werkwoord met ij schrijft. Deze werkwoorden schrijf je nooit met ei. Ook in hij kijkt, hij blijft, hij schrijft en hij krijgt staat ij.

Woorden met au en ou

Voor au en ou bestaan weinig regels die altijd werken. Leer daarom kleine, herkenbare groepen.

Ou of au vóór d of t

In gewone Nederlandse woorden schrijf je deze klank vóór d en t meestal als ou. Dat is een vuistregel:

  • oud, koud en goud;
  • hout, fout en zout;
  • houden, ouder en schouder.

Ou in kleine woorden

Leer ook deze veelgebruikte woorden met ou zonder d of t:

  • jou: Ik bel jou morgen.
  • jouw: Is dit jouw tas?
  • nou: Wat doe je nou?
  • zou: Ik zou graag een kop thee willen.
  • wou (informeel): Ik wou gisteren komen, maar ik was ziek. In gewone schrijftaal gebruik je wilde: Ik wilde gisteren komen, maar ik was ziek.

Leenwoorden met au

Leer deze woorden uit andere talen als aparte groep: auto, augustus, pauze, restaurant, auteur. Ze hebben allemaal au. In auto en auteur staat au vóór t; deze woorden volgen de vuistregel dus niet.

In Franse leenwoorden klinkt au vaak als een lange o, zoals in restaurant en auteur. In Nederland hoor je die lange o vaak ook in auto. Je hoort daar dus niet altijd de au/ou-klank, maar schrijft wel au.

Auw of ouw aan het woordeinde of vóór een klinker

In deze groep staat na au of ou een w. Vergelijk blauw en vrouw aan het woordeinde, en kauwen en vouwen vóór een klinker.

Leer deze veelgebruikte woorden met auw als lijst: blauw, flauw, gauw, lauw, nauw, rauw, pauw, klauw, kauwen, miauwen. Vergelijk de veelgebruikte woorden met ouw: vrouw, mouw, touw, trouwen, bouwen, vouwen.

Dit zijn handige woordgroepen, geen regels zonder uitzonderingen. Bij een onbekend woord blijft opzoeken de veiligste controle.

Quick check

Try one question now.

1
Het antwoord is echt; het is de .

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

De betekenis bepaalt de spelling

Sommige woorden klinken hetzelfde maar hebben een andere betekenis. Zulke woorden heten homofonen. De context vertelt welke spelling je nodig hebt.

Woord Betekenis Voorbeeld
wij de spreker en anderen Wij gaan naar huis.
wei een stuk grasland De koe staat in de wei.
pijl een teken of een voorwerp met een punt Volg de pijl.
peil een hoogte of een niveau Het water staat op een hoog peil.
rauw niet gekookt De wortel is rauw.
rouw verdriet na een overlijden De familie is in rouw.
zij een vrouw of meisje (enkelvoud); meerdere personen of dingen (meervoud) Zij komt morgen. Zij komen morgen.
zei verleden tijd van zeggen Hij zei niets.
leiden / hij leidt de weg wijzen Zij wil de groep leiden. Hij leidt de groep naar het station.
lijden / hij lijdt pijn of verdriet hebben Niemand wil pijn lijden. Hij lijdt veel pijn na de val.
stijl een manier van bijvoorbeeld schrijven of kleden Ik vind jouw stijl mooi.
steil sterk omhoog of omlaag lopend De trap is steil.

De zin De koe staat in de wei gaat over een plaats met gras. Daarom schrijf je ei.

De zin De familie is in rouw gaat over verdriet. Daarom schrijf je ou.

Een praktische spellingstrategie

  1. Bepaal de betekenis van het woord in de zin.
  2. Zoek een vast achtervoegsel zoals -heid, -teit, -lijk of -ij.
  3. Denk aan een bekend woord uit dezelfde familie.
  4. Schrijf het woord in een korte voorbeeldzin.
  5. Controleer een onbekend woord in een woordenboek of de officiële woordenlijst.

Maak persoonlijke lijstjes per spelling, maar leer nooit alleen losse letters. Noteer bijvoorbeeld de trein, een lange reis en op tijd.

Kort samengevat

  • Je hoort meestal niet of een woord ij/ei of au/ou heeft.
  • -heid en -teit krijgen ei; -lijk en -ij krijgen ij.
  • Deze achtervoegselregels helpen alleen als je die achtervoegsels herkent. In blij, vrij en zij is ij geen achtervoegsel, dus leer je het woordbeeld. Voor de rest van een woord gebruik je een woordfamilie of leer je het woordbeeld.
  • Woordfamilies behouden de spelling vaak: reis → reiziger, tijd → tijdelijk.
  • Gebruik de betekenis om homofonen te onderscheiden.
  • Zoek de spelling op als geen betrouwbaar patroon helpt.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

86 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 86 words and review them later.

Woordbeelden met ij, ei, au en ou

86 words

Last updated October 11, 2026