IJ of ei en au of ou spellen
Leer woorden met ij of ei en au of ou correct spellen met betrouwbare woorddelen, woordfamilies, betekenisparen en praktische leerstrategieën.
De lettercombinaties ij en ei klinken in het Standaardnederlands meestal hetzelfde. Dat geldt ook voor au en ou. Je kunt de juiste spelling daarom vaak niet horen: je moet het woordbeeld leren.
Na deze les kun je:
- veelvoorkomende woorden met ij/ei en au/ou herkennen;
- betrouwbare achtervoegsels en woordfamilies gebruiken;
- homofonen met dezelfde klank maar een andere betekenis uit elkaar houden.
Eén klank, twee schrijfwijzen
| Klank | Mogelijke spelling | Voorbeelden |
|---|---|---|
| ij/ei-klank | ij | tijd, blijven, ijs, prijs |
| ij/ei-klank | ei | trein, klein, reis, meisje |
| au/ou-klank | au | blauw, augustus, pauze, saus |
| au/ou-klank | ou | oud, koud, hout, zout |
Verander de schrijfwijze niet op basis van de uitspraak. Trein en tijd hebben dezelfde klinkerklank, maar de ene vorm heeft ei en de andere ij.
Betrouwbare woorddelen
Sommige achtervoegsels hebben een vaste spelling. Die geven je een bruikbare aanwijzing.
| Achtervoegsel | Spelling | Voorbeelden |
|---|---|---|
| -heid | altijd ei | waarheid, snelheid, gezondheid |
| -teit | altijd ei | universiteit, kwaliteit, activiteit |
| -lijk | altijd ij | duidelijk, vriendelijk, eerlijk |
| -ij | altijd ij | bakkerij, boerderij, schilderij |
Bij -heid blijft dat ook in het meervoud -heden: waarheden, mogelijkheden. -lijk is een ander soort geval: het wordt met ij geschreven, maar klinkt onbeklemtoond als een doffe e, zoals in duidelijk.
Zoek eerst een herkenbaar woorddeel. Eindigt het woord op -heid, -teit, -lijk of -ij? Dan hoef je de klinker niet te raden.
Vergelijk eerlijk en eerlijkheid: in beide woorden schrijf je -lijk met ij. In eerlijkheid komt daar -heid met ei bij.
Veelgebruikte woorden met ij en ei
Leer ook deze korte kernlijsten. Deze woorden hebben geen van de achtervoegsels hierboven.
| Spelling | Woorden |
|---|---|
| ij | mij, jij, hij, wij, zij, bij |
| ei | mei, eigen, allebei, beide, klein, weinig |
Mij, jij, hij, wij en zij zijn voornaamwoorden. Bij is een voorzetsel, zoals in bij de deur.
Leer woorden in een familie
Verwante woorden behouden de belangrijke lettercombinatie meestal. Eén bekend woord helpt je daardoor meerdere vormen spellen.
| Basiswoord | Woordfamilie |
|---|---|
| tijd | tijden, tijdelijk, tijdstip |
| reis | reizen, reiziger, reisplan |
| prijs | prijzen, prijzig, prijskaartje |
| koud | koude, kouder, verkouden |
| blauw | blauwe, blauwer, blauwachtig |
| bouw | bouwen, bouwer, gebouw |
Ik ken de spelling van reis. Daarom schrijf ik ook reizen en reiziger met ei.
Ik ken de spelling van tijd. Daarom hebben tijdelijk en tijdstip ook ij.
Sterke werkwoorden met ij
Veel sterke werkwoorden hebben ij in het hele werkwoord en ee in de verleden tijd. Leer deze vormen samen:
| Hele werkwoord | Verleden tijd met ik |
|---|---|
| kijken | ik keek |
| blijven | ik bleef |
| schrijven | ik schreef |
| krijgen | ik kreeg |
Ken je zo'n paar, bijvoorbeeld kijken – keek? Dan helpt de vorm met ee je onthouden dat je het hele werkwoord met ij schrijft. Deze werkwoorden schrijf je nooit met ei. Ook in hij kijkt, hij blijft, hij schrijft en hij krijgt staat ij.
Woorden met au en ou
Voor au en ou bestaan weinig regels die altijd werken. Leer daarom kleine, herkenbare groepen.
Ou of au vóór d of t
In gewone Nederlandse woorden schrijf je deze klank vóór d en t meestal als ou. Dat is een vuistregel:
- oud, koud en goud;
- hout, fout en zout;
- houden, ouder en schouder.
Ou in kleine woorden
Leer ook deze veelgebruikte woorden met ou zonder d of t:
- jou: Ik bel jou morgen.
- jouw: Is dit jouw tas?
- nou: Wat doe je nou?
- zou: Ik zou graag een kop thee willen.
- wou (informeel): Ik wou gisteren komen, maar ik was ziek. In gewone schrijftaal gebruik je wilde: Ik wilde gisteren komen, maar ik was ziek.
Leenwoorden met au
Leer deze woorden uit andere talen als aparte groep: auto, augustus, pauze, restaurant, auteur. Ze hebben allemaal au. In auto en auteur staat au vóór t; deze woorden volgen de vuistregel dus niet.
In Franse leenwoorden klinkt au vaak als een lange o, zoals in restaurant en auteur. In Nederland hoor je die lange o vaak ook in auto. Je hoort daar dus niet altijd de au/ou-klank, maar schrijft wel au.
Auw of ouw aan het woordeinde of vóór een klinker
In deze groep staat na au of ou een w. Vergelijk blauw en vrouw aan het woordeinde, en kauwen en vouwen vóór een klinker.
Leer deze veelgebruikte woorden met auw als lijst: blauw, flauw, gauw, lauw, nauw, rauw, pauw, klauw, kauwen, miauwen. Vergelijk de veelgebruikte woorden met ouw: vrouw, mouw, touw, trouwen, bouwen, vouwen.
Dit zijn handige woordgroepen, geen regels zonder uitzonderingen. Bij een onbekend woord blijft opzoeken de veiligste controle.
Quick check
Try one question now.
Check your answer when you are ready. No sign-in needed.
De betekenis bepaalt de spelling
Sommige woorden klinken hetzelfde maar hebben een andere betekenis. Zulke woorden heten homofonen. De context vertelt welke spelling je nodig hebt.
| Woord | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| wij | de spreker en anderen | Wij gaan naar huis. |
| wei | een stuk grasland | De koe staat in de wei. |
| pijl | een teken of een voorwerp met een punt | Volg de pijl. |
| peil | een hoogte of een niveau | Het water staat op een hoog peil. |
| rauw | niet gekookt | De wortel is rauw. |
| rouw | verdriet na een overlijden | De familie is in rouw. |
| zij | een vrouw of meisje (enkelvoud); meerdere personen of dingen (meervoud) | Zij komt morgen. Zij komen morgen. |
| zei | verleden tijd van zeggen | Hij zei niets. |
| leiden / hij leidt | de weg wijzen | Zij wil de groep leiden. Hij leidt de groep naar het station. |
| lijden / hij lijdt | pijn of verdriet hebben | Niemand wil pijn lijden. Hij lijdt veel pijn na de val. |
| stijl | een manier van bijvoorbeeld schrijven of kleden | Ik vind jouw stijl mooi. |
| steil | sterk omhoog of omlaag lopend | De trap is steil. |
De zin De koe staat in de wei gaat over een plaats met gras. Daarom schrijf je ei.
De zin De familie is in rouw gaat over verdriet. Daarom schrijf je ou.
Een praktische spellingstrategie
- Bepaal de betekenis van het woord in de zin.
- Zoek een vast achtervoegsel zoals -heid, -teit, -lijk of -ij.
- Denk aan een bekend woord uit dezelfde familie.
- Schrijf het woord in een korte voorbeeldzin.
- Controleer een onbekend woord in een woordenboek of de officiële woordenlijst.
Maak persoonlijke lijstjes per spelling, maar leer nooit alleen losse letters. Noteer bijvoorbeeld de trein, een lange reis en op tijd.
Kort samengevat
- Je hoort meestal niet of een woord ij/ei of au/ou heeft.
- -heid en -teit krijgen ei; -lijk en -ij krijgen ij.
- Deze achtervoegselregels helpen alleen als je die achtervoegsels herkent. In blij, vrij en zij is ij geen achtervoegsel, dus leer je het woordbeeld. Voor de rest van een woord gebruik je een woordfamilie of leer je het woordbeeld.
- Woordfamilies behouden de spelling vaak: reis → reiziger, tijd → tijdelijk.
- Gebruik de betekenis om homofonen te onderscheiden.
- Zoek de spelling op als geen betrouwbaar patroon helpt.
You reached the end
You reached the endNow make it stick.
Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.
Was this lesson helpful?
Vocabulary in this lesson
86 words, ready to study.
Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.
Save any of these 86 words and review them later.
Woordbeelden met ij, ei, au en ou
86 wordsLast updated October 11, 2026