Fill in the blank

Klank en betekenis

Kies het juiste woordbeeld. Gebruik bij gelijk klinkende woorden de betekenis van de hele zin.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

De _____ rijdt over het spoor naar Amsterdam.

Options: trein, trijn, treijn

Question 2

Deze sleutel past in mijn zak, want hij is heel _____.

Options: klijn, klein, kleijn

Question 3

Het jonge kind is een _____ van zeven jaar.

Options: mijsje, meijsje, meisje

Question 4

Ik ga niet weg; ik wil hier _____.

Options: blijven, bleiven, bleijven

Question 5

In de winter ligt er soms _____ op het water.

Options: eis, ijs, eijs

Question 6

We rijden in een _____ met vier wielen.

Options: outo, auwto, auto

Question 7

Na een uur werken nemen we tien minuten _____.

Options: pauze, pouze, pauwze

Question 8

Bij de pasta eet ik een rode tomaten_____.

Options: sous, saus, sauws

Question 9

De tafel is gemaakt van _____ uit een boom.

Options: haut, hauwt, hout

Question 10

Mijn vrienden en ik gaan samen. _____ nemen de bus.

Options: Wij, Wei, Wijd

Question 11

De koe eet gras in de groene _____.

Options: wij, wei, weid

Question 12

Volg het teken met de punt; de _____ wijst naar de uitgang.

Options: peil, peijl, pijl

Question 13

Na de regen staat het water op een hoog _____.

Options: peil, pijl, peijl

Question 14

Deze wortel is niet gekookt; hij is _____.

Options: rouw, rauw, raou

Question 15

Na het overlijden is de familie verdrietig en in _____.

Options: rauw, rouwt, rouw

Practice Klank en betekenis with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Klank en betekenis in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.