Question 1
Is de apotheek morgen open? Ik wil weten _____.
Options: of de apotheek morgen open is, dat de apotheek morgen open is, of is de apotheek morgen open
Kies de vorm die de directe vraag correct in de langere zin opneemt.
Question 1
Is de apotheek morgen open? Ik wil weten _____.
Options: of de apotheek morgen open is, dat de apotheek morgen open is, of is de apotheek morgen open
Question 2
Is de pakketdienst al geweest? Mila vraagt _____.
Options: dat de pakketdienst al is geweest, of de pakketdienst al is geweest, of is de pakketdienst al geweest
Question 3
Is de reservering bevestigd? Sam vraagt zich af _____ de reservering bevestigd is.
Options: als, dat, of
Question 4
Het feit _____ de cursus doorgaat, stelt de docent gerust.
Options: dat, als, of
Question 5
Kan Lina vanavond helpen? Amir vraagt of Lina vanavond _____.
Options: kunnen helpen, kan helpen, kan helpt
Question 6
Zal de vergadering doorgaan? We controleren of de vergadering _____.
Options: zullen doorgaan, zal doorgaat, zal doorgaan
Question 7
Gaat Noor morgen mee? Haar broer wil weten _____.
Options: of Noor morgen meegaat, of Noor gaat morgen mee, dat meegaat Noor morgen
Question 8
Heeft de klant het contract ontvangen? De medewerker vraagt _____.
Options: of heeft de klant het contract ontvangen, of de klant het contract heeft ontvangen, dat de klant heeft het contract ontvangen
Question 9
Werkt de lift weer? Kun je controleren _____?
Options: of werkt de lift weer, of de lift weer werken, of de lift weer werkt
Question 10
Ik weet niet of Amir de nieuwe teamleider is _____.
Options: of niet, niet of, of geen
Question 11
Kunt u zeggen of we morgen _____?
Options: kunt terugkomen, kunnen terugkomen, kunnen terugkomt
Question 12
Ik weet niet of het loket vandaag _____.
Options: open zijn, is open, open is
Question 13
Kies de correct opgebouwde volledige vraag: _____
Options: Weet je of de fietsenstalling vol is?, Weet je of is de fietsenstalling vol?, Weet je of de fietsenstalling is vol.
Question 14
Kies de correct opgebouwde mededeling: _____
Options: Ik vraag me af of is de uitslag al bekend?, Ik vraag me af of de uitslag al bekend is., Ik vraag me af of de uitslag is al bekend.
Question 15
De kok onderzoekt _____.
Options: of is er nog soep, of er is nog soep, of er nog soep is
Practice Van vraag naar of-zin with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Van vraag naar of-zin in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.