Question 1
Noor zegt _____.
Options: dat haar broer later komt, dat haar broer later komen, dat komt haar broer later
Kies de dat-zin die de mededeling correct weergeeft.
Question 1
Noor zegt _____.
Options: dat haar broer later komt, dat haar broer later komen, dat komt haar broer later
Question 2
Het is fijn _____.
Options: dat is de winkel vandaag open, dat de winkel vandaag open is, of de winkel vandaag open is
Question 3
De docent vertelt _____.
Options: dat begint de toets morgen, dat de toets begint morgen, dat de toets morgen begint
Question 4
We weten _____.
Options: dat de trein om acht uur vertrekt, dat vertrekt de trein om acht uur, dat de trein om acht uur vertrekken
Question 5
Sara hoopt _____.
Options: dat slaagt haar vriendin voor het examen, dat haar vriendin voor het examen slaagt, of haar vriendin voor het examen slaagt
Question 6
Het is jammer _____.
Options: dat is de winkel vandaag gesloten, of de winkel vandaag gesloten is, dat de winkel vandaag gesloten is
Question 7
Ik hoop _____.
Options: dat je morgen kunt komen, dat kun je morgen komen, of je morgen kunt komen
Question 8
Amir zegt _____.
Options: dat hij moet vroeg vertrekken, dat hij vroeg moet vertrekken, of moet hij vroeg vertrekken
Question 9
Wij hebben gemerkt _____.
Options: dat is de planning plotseling veranderd, dat de planning plotseling heeft veranderd, dat de planning plotseling is veranderd
Question 10
Noor verwacht _____.
Options: dat de prijs volgend jaar zal stijgen, dat zal de prijs volgend jaar stijgen, of de prijs volgend jaar zal stijgen
Question 11
Ik wil _____.
Options: nu te vertrekken, nu vertrekken, nu vertrekt
Question 12
Lina blijft nog even, maar ik heb haast. Ik wil _____.
Options: Lina nu vertrekken, dat Lina nu vertrekken, dat Lina nu vertrekt
Question 13
Kies de inhoudszin na een mening: _____
Options: Wij vinden dat deze stoel prettig zit., Wij vinden of deze stoel prettig zit., Wij vinden dat zit deze stoel prettig.
Question 14
De levering komt later en de klant begrijpt die informatie. Welke zin verbindt beide? _____
Options: De klant begrijpt of komt de levering later., De klant begrijpt dat de levering later komt., De klant begrijpt dat komt de levering later.
Question 15
Tijdens de meting wordt de ruimte snel warmer. Hoe beschrijven we wat we opmerken? _____
Options: We merken of de ruimte snel warmer wordt., We merken dat wordt de ruimte snel warmer., We merken dat de ruimte snel warmer wordt.
Practice Wat iemand zegt, denkt of weet with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Wat iemand zegt, denkt of weet in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.