A2 · ElementaryLesson 1 of 2

Inhoudszinnen met dat

Leer inhoudszinnen met dat vormen na werkwoorden als zeggen, denken en weten, met een duidelijk onderwerp en de werkwoordsvormen correct achteraan.

By the flumi team About 5 min read 13 vocabulary wordsGrammar learning path: Inhoud en vragen in een bijzin

Met een inhoudszin vertel je wat iemand zegt, denkt, weet, hoopt of vindt: Ik denk dat Noor thuis is. Het woord dat leidt de inhoud in en maakt van die informatie een bijzin.

Na deze les kun je:

  • een mededeling na een passend werkwoord met dat verbinden;
  • de werkwoorden achteraan in de dat-zin plaatsen;
  • een dat-zin als onderwerp herkennen in veelgebruikte patronen.

De dat-zin vertelt de inhoud

Het eerste deel noemt vaak een gedachte, kennis of mededeling. De dat-zin vertelt de inhoud daarvan.

Eerste deel Inhoud met dat
Ik denk dat de winkel open is.
Sara zegt dat ze later komt.
Wij weten dat de les om negen uur begint.
Amir hoopt dat hij de toets haalt.

Je kunt de inhoud vaak vervangen door het: Sara zegt het. De dat-zin geeft precies aan wat het betekent.

Twee losse mededelingen: Noor zegt iets. Haar trein heeft vertraging.

Eén zin: Noor zegt dat haar trein vertraging heeft.

De woordvolgorde na dat

Na dat komt meestal het onderwerp. De persoonsvorm staat aan het einde van de bijzin.

Gewone hoofdzin Inhoudszin
Hij woont in Leiden. Ik weet dat hij in Leiden woont.
De koffie is klaar. Zij zegt dat de koffie klaar is.
Wij beginnen morgen. De docent vertelt dat wij morgen beginnen.
Het museum sluit vroeg. Ik denk dat het museum vroeg sluit.

Neem niet de woordvolgorde van de losse hoofdzin over.

✓ Ik denk dat Noor morgen thuis werkt.

✗ Ik denk dat Noor werkt morgen thuis.

Meer werkwoorden in de dat-zin

Bij een modaal werkwoord, een perfectum of een toekomstvorm staan de werkwoordsvormen samen achteraan.

  • Ik hoop dat je morgen kunt komen.
  • Amir zegt dat hij vroeg moet vertrekken.
  • We weten dat Sara de e-mail heeft gestuurd.
  • Noor denkt dat het morgen zal regenen.

Het praktische patroon is dat + onderwerp + rest + werkwoord(en).

Onderstreep eerst alle werkwoorden in de dat-zin. Controleer daarna of er geen tijd, plaats of voorwerp ná de werkwoordgroep staat.

Quick check

Try one question now.

1

Noor zegt

Answer options

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Werkwoorden die vaak een dat-zin krijgen

Een dat-zin staat vaak na een werkwoord over spreken, denken, weten, voelen of wensen.

Functie Werkwoorden Voorbeeld
iets zeggen zeggen, vertellen, uitleggen De arts legt uit dat rust belangrijk is.
een gedachte geven denken, geloven, vinden Ik vind dat deze stoel lekker zit.
kennis noemen weten, begrijpen, merken We merken dat de bus te laat is.
een wens noemen hopen, willen Zij hoopt dat haar broer snel komt.

Na willen kan ook direct een infinitief staan als het onderwerp hetzelfde blijft: Ik wil vertrekken. Gebruik een dat-zin als er een eigen onderwerp volgt: Ik wil dat jij vertrekt.

De dat-zin als onderwerp

Een inhoudszin kan ook vertellen wat vreemd, fijn, jammer of belangrijk is. In een veelgebruikt patroon begint de hoofdzin met het.

  • Het is fijn dat je er bent.
  • Het is jammer dat de winkel dicht is.
  • Het is belangrijk dat iedereen op tijd komt.
  • Het klopt dat de afspraak morgen is.

Het woord het verwijst vooruit naar de dat-zin. De echte inhoud staat na dat: dat iedereen op tijd komt.

Schrijf meestal geen komma direct voor dat als de dat-zin nauw bij het eerste deel hoort: Ik weet dat zij thuis is.

Dat of of kiezen

Gebruik dat wanneer je de inhoud als een mededeling presenteert. Gebruik of wanneer de inhoud een ja-neevraag of onzekerheid bevat.

Zekerheid of mededeling Vraag of onzekerheid
Ik weet dat de winkel open is. Ik weet niet of de winkel open is.
Zij zegt dat Noor komt. Zij vraagt of Noor komt.
We zien dat de bus eraan komt. We controleren of de bus al komt.

Controleer tot slot:

  1. Past de dat-zin bij wat iemand zegt, denkt, weet of hoopt?
  2. Heeft de dat-zin een eigen onderwerp?
  3. Staan de werkwoordsvormen samen achteraan?

Het basispatroon is eerste deel + dat + onderwerp + rest + werkwoord(en).

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

13 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 13 words and review them later.

Werkwoorden die een dat-zin inleiden

13 words

Last updated October 11, 2026