Question 1
Bouw de mededeling over een familielid: _____
Options: Noor zegt dat haar zus kan zwemmen., zeggen, kunnen
Tik de woorden in de juiste volgorde en laat woorden die niet in de zin horen weg.
Question 1
Bouw de mededeling over een familielid: _____
Options: Noor zegt dat haar zus kan zwemmen., zeggen, kunnen
Question 2
Bouw een gedachte over een prijs: _____
Options: denkt, Ik denk dat het kaartje duur is., of
Question 3
Bouw de zin over iets wat bekend is: _____
Options: weet, zullen, Wij weten dat de cursus zal beginnen.
Question 4
Bouw een wens voor een wedstrijd: _____
Options: Amir hoopt dat zijn team wint., hopen, of
Question 5
Bouw de inhoud van een uitleg: _____
Options: leggen, De docent legt uit dat oefenen nodig is., want
Question 6
Bouw een wens met een eigen onderwerp in de bijzin: _____
Options: wilt, of, Ik wil dat jij de tafel dekt.
Question 7
Bouw een positieve reactie met vooruitwijzend het: _____
Options: Het is fijn dat de bakker brood verkoopt., zijn, of
Question 8
Bouw een beoordeling met vooruitwijzend het: _____
Options: zijn, Het is belangrijk dat iedereen de brief leest., of
Question 9
Er is nog geen antwoord. Bouw de indirecte ja-neevraag: _____
Options: vragen, want, Zij vraagt of de winkel dicht is.
Question 10
Bouw de zin over een waarneming op straat: _____
Options: We zien dat de bus vol is., ziet, want
Practice Bouw inhoudszinnen met dat with this interactive sentence-building exercise of 10 questions. Tap the words into the correct order to build each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every sentence.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Bouw inhoudszinnen met dat in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.