Fill in the blank

Vragen en antwoorden

Kies de vraag of het antwoord dat logisch bij de beschreven situatie past.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Een collega vraagt: "Werk je morgen thuis?" Je agenda zegt dat je morgen thuiswerkt. Wat antwoord je? _____

Options: Ja, ik werk morgen thuis., Ja, ik werkt morgen thuis., Ja, morgen ik werk thuis.

Question 2

Bij de ingang staat dat het museum vandaag gesloten is. Iemand vraagt: "Is het museum vandaag open?" Kies je antwoord: _____

Options: Ja, het museum is vandaag niet open., Nee, het museum is vandaag niet open., Nee, is het museum vandaag open?

Question 3

Je staat bij de halte en vraagt naar de vertrektijd. Welke vraag is goed opgebouwd? _____

Options: Vertrekt om de bus acht uur?, De bus om vertrekt acht uur?, Vertrekt de bus om acht uur?

Question 4

Een nieuwe buur vraagt: "Woon jij in Leiden?" Leiden is inderdaad jouw woonplaats. Wat zeg je? _____

Options: Ja, ik woont in Leiden., Ja, ik woon in Leiden., Ja, in ik woon Leiden.

Question 5

Bij de receptie vraagt iemand: "Wacht jij op mevrouw Smit?" Dat klopt. Kies je antwoord: _____

Options: Ja, ik wacht op mevrouw Smit., Ja, ik wachten op mevrouw Smit., Ja, op ik wacht mevrouw Smit.

Question 6

Na het feest zijn jullie nog in de zaal. Kies de goed opgebouwde vraag over de taak van jullie groep: _____

Options: Moeten jullie de stoelen ruimt?, Opruimen jullie de stoelen moeten?, Moeten jullie de stoelen opruimen?

Question 7

De begeleider vraagt naar het plan voor de pauze. Welke vraag is goed opgebouwd? _____

Options: Willen de kinderen na de les buiten spelen?, Spelen de kinderen na de les buiten willen?, Willen de kinderen na de les buiten speelt?

Question 8

Je collega vraagt: "Moet jij zaterdag werken?" Je rooster zegt dat je zaterdag werkt. Kies je antwoord: _____

Options: Ja, zaterdag ik moet werken., Ja, ik moet zaterdag werken., Ja, ik moet zaterdag werkt.

Question 9

Een vriend vraagt naar je vaste gewoonte in de ochtend. Kies het goed opgebouwde volledige antwoord: _____

Options: Ja, ik leest elke ochtend de krant., Ja, elke ochtend ik lees de krant., Ja, ik lees elke ochtend de krant.

Question 10

Mila eet vanavond niet thuis maar in een restaurant. Iemand vraagt: "Eet Mila vanavond thuis?" Wat antwoord je? _____

Options: Ja, ze eet in een restaurant., Nee, ze eet in een restaurant., Nee, eet ze in een restaurant?

Question 11

Je spreekt beleefd met een gast. Kies de goed opgebouwde vraag over zijn woonplaats: _____

Options: Woont u in Arnhem?, Woon u in Arnhem?, Woont in u Arnhem?

Question 12

Iemand vraagt wat een jongen aan het doen is. Kies het goed opgebouwde volledige antwoord: _____

Options: Nee, hij schrijven een bericht., Nee, hij schrijf een bericht., Nee, hij schrijft een bericht.

Question 13

Vrienden vragen: "Willen jullie vanavond bij ons eten?" Jullie willen dat graag. Kies het volledige antwoord: _____

Options: Ja, wij willen vanavond bij jullie eten., Ja, vanavond wij willen bij jullie eten., Ja, wij willen vanavond bij jullie eet.

Question 14

Een vriend vraagt: "Fiets je vandaag naar school?" Je fietst niet vandaag maar morgen. Welk antwoord geeft die extra informatie? _____

Options: Nee, morgen ik fiets., Nee, ik fiets morgen., Nee, ik fietst morgen.

Question 15

De docent vraagt naar een taak voor jullie groep. Welke vraag is goed opgebouwd? _____

Options: Invullen jullie de formulieren moeten?, Moeten jullie de formulieren invult?, Moeten jullie de formulieren invullen?

Practice Vragen en antwoorden with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Vragen en antwoorden in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.