Question 1
Mila vraagt haar vriendin: "_____ je mijn jas even?"
Options: Pak, Pakt, Pakken
Kies de passende vorm. Let op de situatie, de nadruk en de plaats in de zin.
Question 1
Mila vraagt haar vriendin: "_____ je mijn jas even?"
Options: Pak, Pakt, Pakken
Question 2
Ik kan vandaag niet bellen. Van ons tweeën bel _____ de dokter, niet ik.
Options: je, jij, u
Question 3
Amir hoeft vandaag niet te koken. Niet hij, maar _____ maakt het eten.
Options: jou, jouw, jij
Question 4
Bij de receptie vraagt de medewerker: "_____ u een kamer voor één nacht?"
Options: Zoekt, Zoek, Zoeken
Question 5
Rosa vraagt een onbekende meneer: "Bent _____ hier voor de afspraak?"
Options: uw, u, jou
Question 6
Tijdens een formeel gesprek vraagt de manager: "_____ u morgen ook?"
Options: Kom, Komen, Komt
Question 7
Tess vraagt haar broer: "Mag ik _____ fiets lenen?"
Options: je, u, jij
Question 8
De collega’s hebben afgesproken elkaar informeel aan te spreken. Jo vraagt zonder nadruk: "Werk _____ morgen thuis?"
Options: jou, je, jouw
Question 9
Bij de bank vraagt de medewerker: "_____ u uw paspoort mee?"
Options: Neem, Nemen, Neemt
Question 10
Bo vraagt de nieuwe docent: "Kunt u _____ naam hier opschrijven?"
Options: uw, jou, u
Question 11
De nieuwe buurvrouw zegt: "Zeg maar je." Daarna vraagt Sam zonder nadruk: "Woon _____ hier al lang?"
Options: jou, je, jouw
Question 12
De docent zegt: "Je mag me tutoyeren." Lina vraagt daarna: "Geef _____ morgen ook les?"
Options: jou, jouw, je
Question 13
De medewerker vraagt een gast: "_____ u klaar, mevrouw?"
Options: Bent, Ben, Zijn
Question 14
De receptioniste zegt tegen een collega: "Zeg maar je." De collega vraagt: "_____ je hier elke dag?"
Options: Komt, Kom, Komen
Question 15
De conducteur spreekt een reiziger formeel aan: "_____ bent precies op tijd."
Options: Je, Jij, U
Practice Wie spreek je aan? with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Wie spreek je aan? in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.