Fill in the blank

Wie spreek je aan?

Kies de passende vorm. Let op de situatie, de nadruk en de plaats in de zin.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Mila vraagt haar vriendin: "_____ je mijn jas even?"

Options: Pak, Pakt, Pakken

Question 2

Ik kan vandaag niet bellen. Van ons tweeën bel _____ de dokter, niet ik.

Options: je, jij, u

Question 3

Amir hoeft vandaag niet te koken. Niet hij, maar _____ maakt het eten.

Options: jou, jouw, jij

Question 4

Bij de receptie vraagt de medewerker: "_____ u een kamer voor één nacht?"

Options: Zoekt, Zoek, Zoeken

Question 5

Rosa vraagt een onbekende meneer: "Bent _____ hier voor de afspraak?"

Options: uw, u, jou

Question 6

Tijdens een formeel gesprek vraagt de manager: "_____ u morgen ook?"

Options: Kom, Komen, Komt

Question 7

Tess vraagt haar broer: "Mag ik _____ fiets lenen?"

Options: je, u, jij

Question 8

De collega’s hebben afgesproken elkaar informeel aan te spreken. Jo vraagt zonder nadruk: "Werk _____ morgen thuis?"

Options: jou, je, jouw

Question 9

Bij de bank vraagt de medewerker: "_____ u uw paspoort mee?"

Options: Neem, Nemen, Neemt

Question 10

Bo vraagt de nieuwe docent: "Kunt u _____ naam hier opschrijven?"

Options: uw, jou, u

Question 11

De nieuwe buurvrouw zegt: "Zeg maar je." Daarna vraagt Sam zonder nadruk: "Woon _____ hier al lang?"

Options: jou, je, jouw

Question 12

De docent zegt: "Je mag me tutoyeren." Lina vraagt daarna: "Geef _____ morgen ook les?"

Options: jou, jouw, je

Question 13

De medewerker vraagt een gast: "_____ u klaar, mevrouw?"

Options: Bent, Ben, Zijn

Question 14

De receptioniste zegt tegen een collega: "Zeg maar je." De collega vraagt: "_____ je hier elke dag?"

Options: Komt, Kom, Komen

Question 15

De conducteur spreekt een reiziger formeel aan: "_____ bent precies op tijd."

Options: Je, Jij, U

Practice Wie spreek je aan? with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Wie spreek je aan? in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.