Question 1
Je _____ sinds vorige maand in deze straat.
Options: woon, woont, wonen
Kies de juiste werkwoordsvorm bij je, jij of u. Let ook op het verschil tussen een mededeling en een vraag.
Question 1
Je _____ sinds vorige maand in deze straat.
Options: woon, woont, wonen
Question 2
_____ je dicht bij het station?
Options: Woon, Woont, Wonen
Question 3
Noor is vrij, maar jij _____ vandaag.
Options: werken, werk, werkt
Question 4
_____ jij vandaag, of werkt Noor?
Options: Werkt, Werk, Werken
Question 5
U _____ naast mijn ouders.
Options: woont, woon, wonen
Question 6
_____ u al lang in Nederland?
Options: Woon, Wonen, Woont
Question 7
U _____ ruim op tijd.
Options: ben, bent, zijn
Question 8
_____ u klaar voor de rondleiding?
Options: Bent, Ben, Zijn
Question 9
Je _____ elke avond tien nieuwe woorden.
Options: leren, leer, leert
Question 10
_____ je deze woorden voor morgen?
Options: Leert, Leer, Leren
Question 11
Niet Sam, maar jij _____ buiten op de taxi.
Options: wacht, wachten, wachtt
Question 12
_____ jij op de taxi, of wacht Sam daar?
Options: Wachten, Wach, Wacht
Question 13
U _____ morgen een bevestiging.
Options: krijgen, krijgt, krijg
Question 14
_____ u vandaag op deze locatie?
Options: Werkt, Werk, Werken
Question 15
Je _____ meestal naar school. _____ je morgen ook, of neem je dan de bus?
Options: fiets, fietst, fietsen, Fietsen, Fietst, Fiets
Practice Van mededeling naar vraag with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Van mededeling naar vraag in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.