Question 1
Het lawaai op straat, _____ hebben verschillende bewoners last.
Options: daarop, daarvan, daarmee
Kies wat past bij de bedoelde relatie of de gevraagde constructie. Let ook op het communicatieve doel.
Question 1
Het lawaai op straat, _____ hebben verschillende bewoners last.
Options: daarop, daarvan, daarmee
Question 2
Die nieuwe machine, daar moeten de medewerkers nog _____ wennen.
Options: over, mee, aan
Question 3
Het eindresultaat, _____ zijn alle deelnemers tevreden.
Options: daarmee, met hem, met hen
Question 4
Mijn opa, met _____ speel ik elke zondag schaak.
Options: hij, hem, hen
Question 5
De twee nieuwe vrijwilligers, aan _____ heeft de coördinator de sleutels gegeven.
Options: hun, zij, hen
Question 6
Dat de winkel voorgoed sluit, _____ vindt mijn buurvrouw jammer.
Options: dat, die, dan
Question 7
Wat er gisteren misging, _____ wil de manager niet over praten.
Options: dat, daar, die
Question 8
Volgende maand, _____ begint onze taalcursus.
Options: dat, die, dan
Question 9
“Die vertrouw ik niet, die onbekende verkoper” is een voorbeeld van _____.
Options: uitloop, linksplaatsing, gewone vooropplaatsing zonder hervatting
Question 10
“Over de huur hebben we het al gehad. De energiekosten, die moeten we nu bespreken.” Wat doet de linksplaatsing in de tweede zin vooral? _____
Options: Een gespreksonderwerp achter de hoofdzin toevoegen., Een nieuw gespreksonderwerp aankondigen., De zin veranderen in een vraag.
Question 11
“We hadden het gisteren over de kelder. Die kelder, die moeten we echt opruimen.” De spreker gebruikt de aanloop hier om _____.
Options: een gespreksonderwerp pas na de hoofdzin te noemen, een tijdsaanduiding met dan te hervatten, een bekend gespreksonderwerp opnieuw te activeren
Question 12
In een neutraal formeel verslag is geen extra contrast nodig. Welke versie is compact en vermijdt linksplaatsing? _____
Options: Het bestuur keurt het nieuwe rooster goed., Het nieuwe rooster, dat keurt het bestuur goed., Dat keurt het bestuur goed, het nieuwe rooster.
Practice Relaties, contrast en register with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Relaties, contrast en register in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.