Question 1
In het lokaal staan twaalf stoelen. Voor een meervoud gebruik je _____ stoelen.
Options: het, de, een
Kies het juiste lidwoord of de juiste meervoudsvorm.
Question 1
In het lokaal staan twaalf stoelen. Voor een meervoud gebruik je _____ stoelen.
Options: het, de, een
Question 2
De bibliotheek heeft nu één boek over Delft en bestelt morgen drie nieuwe _____.
Options: boeken, boeke, boekken
Question 3
Er staat nog één stoel in de keuken; voor het feest zetten we buiten tien _____ neer.
Options: stoellen, stoele, stoelen
Question 4
De cursus duurt één maand, maar de opleiding duurt achttien _____.
Options: maandden, maanden, maande
Question 5
Op de vensterbank zit één kat; in de tuin lopen drie _____.
Options: katten, katen, kaaten
Question 6
In de logeerkamer staat één bed, maar in de slaapzaal staan twintig _____.
Options: beeden, beden, bedden
Question 7
Na de wedstrijd komt eerst één bus; vijf minuten later arriveren nog twee _____.
Options: busen, bussen, buusen
Question 8
Voor de soep gebruikt de kok één pot en voor de sauzen gebruikt hij drie _____.
Options: potten, poten, pooten
Question 9
De voorkamer heeft één groot raam; de achterkamer heeft twee kleine _____.
Options: raamen, rammen, ramen
Question 10
Deze week werk ik thuis; de komende twee _____ ga ik elke dag naar kantoor.
Options: weeken, weken, wekken
Question 11
Naast de school staat één boom; langs het fietspad staan veel jonge _____.
Options: bomen, boomen, bommen
Question 12
Onze tuin heeft één lage muur; rond het plein staan hoge _____.
Options: muuren, murren, muren
Question 13
De postbode brengt vandaag één brief en morgen nog vier _____.
Options: briefen, brieven, brieffen
Question 14
Aan deze kant van de straat staat één huis; aan de overkant staan nieuwe _____.
Options: huizen, huisen, huissen
Practice Meervouden in huis en stad with this interactive fill-in-the-blank exercise of 14 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Meervouden in huis en stad in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.