Question 1
Mila heeft één vriend in Groningen en twee _____ in Breda.
Options: vrienden, vriende, vriendden
Kies de juiste meervoudsvorm.
Question 1
Mila heeft één vriend in Groningen en twee _____ in Breda.
Options: vrienden, vriende, vriendden
Question 2
Je hoort in snelle spraak misschien boeke, maar je schrijft altijd _____.
Options: boeke, boeken, boek
Question 3
Voor de gasten zetten we zes _____ rond de tafel.
Options: stolen, stoellen, stoelen
Question 4
Onze twee _____ slapen graag op de bank.
Options: katten, katen, kaaten
Question 5
In deze hotelkamer staan twee _____ naast elkaar.
Options: beden, bedden, beeden
Question 6
We blijven vier _____ op de camping.
Options: daggen, daagen, dagen
Question 7
Op het schoolplein spelen veel _____.
Options: kinderen, kinden, kindden
Question 8
Doe de twee _____ dicht; het is koud in de kamer.
Options: raamen, ramen, ramenn
Question 9
De vakantie duurt drie _____.
Options: weeken, weekken, weken
Question 10
Boomen is niet de juiste spelling. Je schrijft _____.
Options: bomen, bommen, boomen
Question 11
Heb jij leuke _____ voor het feest?
Options: ideëen, ideeën, ideeen
Question 12
Op de schaal ligt één druif; in de kom liggen twintig _____.
Options: druifen, druivven, druiven
Question 13
Noor maakt dit jaar één verre reis; haar ouders maken samen twee korte _____.
Options: reizen, reisen, reissen
Question 14
Op de verjaardagstaart branden zes _____.
Options: kaarzen, kaarsen, kaarsenn
Practice Spelling stap voor stap with this interactive fill-in-the-blank exercise of 14 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Spelling stap voor stap in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.