Fill in the blank

Zeg wat niet klopt

Kies de woorden die de ontkennende zin compleet maken.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

De baby is wakker. Hij kan _____ slapen.

Options: geen, niet, niets

Question 2

De koffie is koud. De koffie is _____.

Options: niet warm, warm niet, geen warm

Question 3

Omar woont _____ Leiden.

Options: in niet, geen in, niet in

Question 4

Mijn moeder is vrij. Ze hoeft vandaag _____ werken.

Options: niet te, te niet, geen te

Question 5

Sara neemt veel tijd voor haar taak. Sara werkt _____.

Options: geen snel, niet snel, snel niet

Question 6

Ik vind de blauwe jas te duur. Ik koop _____.

Options: de blauwe niet jas, geen de blauwe jas, de blauwe jas niet

Question 7

Noor zoekt overal. Ze vindt _____.

Options: haar niet sleutel, haar sleutel niet, geen haar sleutel

Question 8

Wij kennen _____.

Options: die buurman niet, die niet buurman, geen die buurman

Question 9

De televisie was kapot. Ik heb de film _____.

Options: gezien geen, geen gezien, niet gezien

Question 10

De kinderen zijn op school. Ze zijn _____.

Options: niet thuis, thuis geen, geen thuis

Question 11

Lina reist _____ de trein.

Options: met niet, niet met, geen met

Question 12

Ik loop naar school. Ik heb _____.

Options: geen een fiets, een geen fiets, geen fiets

Question 13

Hij drinkt _____ koffie.

Options: geen, geene, geenen

Question 14

Ik heb _____; die staat bij mijn zus.

Options: geen de fiets, de fiets niet, de niet fiets

Question 15

De kamer is klein. De kamer is _____.

Options: geen groot, groot niet, niet groot

Practice Zeg wat niet klopt with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Zeg wat niet klopt in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.