Fill in the blank

Woorden onder de loep

Kies de juiste verdeling, soort lettergreep of spelling.

0 / 14 blanks filled0%

Question 1

Waar staat het streepje goed in het woord lepel? _____

Options: le-pel, lep-el, lepe-l

Question 2

Kies de juiste verdeling van tomaten in drie lettergrepen: _____.

Options: tom-a-ten, to-ma-ten, to-mat-en

Question 3

Jassen heeft twee lettergrepen. Met een streepje schrijf je _____.

Options: ja-ssen, jass-en, jas-sen

Question 4

De boeken liggen op de _____. In een gewone zin gebruik je geen streepje.

Options: ta-fel, tafel, taf-el

Question 5

In ko-ken eindigt ko op de klinker o. Ko is dus _____.

Options: een open lettergreep, een gesloten lettergreep, het hele woord koken

Question 6

Kop eindigt in kop-pen op de medeklinker p. Daarom is kop _____.

Options: een open lettergreep, een gesloten lettergreep, het hele woord koppen

Question 7

Op de eerste foto staat een schaap. Op de tweede foto staan drie _____.

Options: schaapen, schapen, schappen

Question 8

Op het pad ligt een steen. Naast het pad liggen meer _____.

Options: stenen, steenen, stennen

Question 9

Aan de steiger ligt een boot. Op het water varen drie _____.

Options: booten, botten, boten

Question 10

De les duurt een uur. De reis duurt twee _____.

Options: uuren, uren, urren

Question 11

Aan de kapstok hangt een jas. In de winkel hangen veel _____.

Options: jasen, jaasen, jassen

Question 12

Op de stoel ligt een pet. In de kast liggen zes _____.

Options: petten, peeten, peten

Question 13

Op de camping staat een hut. In het bos staan twee oude _____.

Options: huten, hutten, huuten

Question 14

In de mand ligt een sok. In de la liggen schone _____.

Options: sooken, soken, sokken

Practice Woorden onder de loep with this interactive fill-in-the-blank exercise of 14 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Woorden onder de loep in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.