Question 1
Er zijn verschillende routes mogelijk; we bespreken morgen alle _____.
Options: mogelijkheids, mogelijkheden, mogelijkheiden
Kies de vorm of beschrijving die bij de gegeven betekenis past. Let op gangbaar Nederlands en op de woordsoort.
Question 1
Er zijn verschillende routes mogelijk; we bespreken morgen alle _____.
Options: mogelijkheids, mogelijkheden, mogelijkheiden
Question 2
De jury beoordeelt de inzendingen. De beoordeling _____ begint morgen.
Options: door de inzendingen van de jury, van de jury door de inzendingen, van de inzendingen door de jury
Question 3
Onjuist betekent niet juist; heropenen betekent opnieuw openen. On- drukt hier _____ uit en her- _____.
Options: ontkenning, herhaling, samenwerking
Question 4
Een medeorganisator organiseert een evenement _____.
Options: opnieuw na een eerdere poging, samen met een of meer anderen, zonder hulp van anderen
Question 5
Ver-, be- en ont- hebben vaak een herkenbaar betekeniseffect, maar bij een onbekend woord moet je _____.
Options: ook de betekenis van het hele woord controleren, alleen de betekenis van het voorvoegsel gebruiken, aannemen dat het voorvoegsel altijd de woordsoort verandert
Question 6
Na lang overleg heeft de directie besloten te verhuizen. De _____ is vandaag bekendgemaakt.
Options: beslising, beslissening, beslissing
Question 7
Kies de correct gespelde afleiding van verdelen: de _____ van de taken is nu eerlijk.
Options: verdeeling, verdeling, verdelling
Question 8
Kies de correct gespelde afleiding van inrichten: voor de _____ van de kamer kochten we een tafel.
Options: inrichting, inriching, inrichtting
Question 9
De meetbare afmeting van de korte naar de lange kant noemen we in gewone taal de _____ van het tafelblad.
Options: langheid, langte, lengte
Question 10
Gebruik de gangbare persoonsnamen: iemand die tekeningen maakt is een _____; iemand die gebouwen ontwerpt is een _____.
Options: tekener, tekenaar, tekenner, ontwerper, ontwerpaar, ontwerping
Question 11
In het historische verhaal brengt een trouwe _____ de koning elke ochtend zijn ontbijt.
Options: diener, dienner, dienaar
Question 12
Het brood is verbrand; dit _____ kunnen we niet serveren. Gelukkig heeft het mislukte etentje onze _____ niet beschadigd.
Options: baksel, bakking, baknis, vrienddom, vriendschap, vriendnis
Question 13
Er is een storing op het spoor. Het wachten _____ de vervangende bus duurt lang.
Options: naar, op, aan
Question 14
Niemand weet waardoor de brand is ontstaan. Het onderzoek _____ de oorzaak loopt nog.
Options: naar, aan, voorbij
Question 15
De trein vertrekt later dan gepland. Het _____ van de trein is uitgesteld tot tien uur.
Options: vertrekking, vertrekheid, vertrek
Practice Afleidingen: betekenis en vaste vormen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Afleidingen: betekenis en vaste vormen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.