Sort into columns

Rangtelwoorden en datums —
Woorden sorteren.

Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.

0 / 4 sets sorted0%

Question 1

Schrijf de rangtelwoorden in gedachten voluit. Welke uitgang krijgen ze?

Question 2

Bekijk het getal vóór het woord in op elke kaart. Geeft dat getal in deze datum de dag of de maand aan?

Question 3

Vul in gedachten aan: De afspraak is ... . Sorteer wat je met op of met in aanvult.

Question 4

Zeg het getal tussen haakjes in woorden op de puntjes. Gebruik je een rangtelwoord voor een plaats of een hoofdtelwoord voor een datum?

Practice Rangtelwoorden en datums - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 4 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Rangtelwoorden en datums - Woorden sorteren in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.