Question 1
Bij het ontbijt eet Finn een warme _____.
Options: pannenkoek, pannekoek, panneskoek
Kies de gebruikelijke samenstelling met -e-, -en-, -s- of zonder tussenletter.
Question 1
Bij het ontbijt eet Finn een warme _____.
Options: pannenkoek, pannekoek, panneskoek
Question 2
Door het raam valt de warme _____ naar binnen.
Options: zonnenschijn, zonneschijn, zonschijn
Question 3
Op de _____ bekijken we nieuwe romans en kookboeken.
Options: boekbeurs, boekensbeurs, boekenbeurs
Question 4
Bij de lunch bestellen we een kom verse _____.
Options: groentesoep, groentensoep, groentes soep
Question 5
In het gras groeit een gele _____.
Options: paardbloem, paardenbloem, paardesbloem
Question 6
De hond slaapt buiten in zijn houten _____.
Options: hondhok, hondeshok, hondenhok
Question 7
Midden in het dorp ligt het oude _____.
Options: dorpsplein, dorpenplein, dorpplein
Question 8
Elke ochtend nemen veel inwoners de _____ naar hun werk.
Options: stadbus, stadsbus, stads bus
Question 9
Naast de sporen staat een modern _____ met winkels.
Options: stationgebouw, stations gebouw, stationsgebouw
Question 10
In de auto houdt de _____ je veilig op je stoel.
Options: veiligheidsriem, veiligheidriem, veilighedenriem
Question 11
De winkel die boeken verkoopt, heet een _____.
Options: boekenhandel, boekhandel, boeks handel
Question 12
Over de tafel ligt een schoon wit _____.
Options: tafelenkleed, tafelskleed, tafelkleed
Question 13
De kast voor alle boeken van school is de _____.
Options: schoolboekenkast, schoolboekkast, schoolboeken kast
Question 14
Een schoolboekenkast is een soort _____, niet een soort boek.
Options: school, kast, boeken
Question 15
Welke vergelijking tussen boekhandel en boekenbeurs is juist? _____
Options: Beide woorden hebben -en-., Boekhandel heeft -en-; boekenbeurs niet., Boekhandel heeft geen -en-; boekenbeurs wel.
Practice Tussenletters in samenstellingen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Tussenletters in samenstellingen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.