Fill in the blank

Redigeren voor Nederlandse en Belgische lezers

Kies het redactionele besluit dat door de gegeven context wordt ondersteund. Behoud aanvaarde variatie en let op doelgroep, betekenis, register en bewijs.

0 / 13 blanks filled0%

Question 1

Een organisatie richt zich tot beide landen en heeft een vastgelegde u-stijl. Een redacteur wil de Nederlandse lezers daarom automatisch met je aanspreken. Het passende advies is: _____.

Options: Wissel per land; alle Nederlandse lezers verwachten je, Volg de afgesproken aanspreekstijl; het land alleen rechtvaardigt geen wisseling, Gebruik beide vormen door elkaar; zo voelt elk publiek zich aangesproken

Question 2

Een website wil een korte, directe opdracht geven zonder een expliciet persoonlijk of bezittelijk aanspreekwoord. Welke formulering voldoet? _____.

Options: U selecteert een datum en bevestigt uw afspraak, Je selecteert een datum en bevestigt je afspraak, Selecteer een datum en bevestig de afspraak

Question 3

Een redacteur zoekt een gedeelde benaming voor een betaalmiddel en overweegt betaalkaart. Volgens de les moet de redacteur _____.

Options: controleren of die benaming in deze context werkelijk gebruikt en begrepen wordt, aannemen dat deze benaming in elke context vanzelf de beste keuze is, alle nationale benamingen als niet-standaardtalig schrappen

Question 4

De instructie introduceert een betaalmiddel als betaalpas of bankkaart en gebruikt daarna één korte overkoepelende term: Neem de kaart uit de houder. Bewaar _____ op een veilige plaats en houd _____ uit de buurt van warmtebronnen.

Options: dit, deze, dezen

Question 5

Een informatiepagina beschrijft onderwijsprocedures die in Nederland en België inhoudelijk verschillen. Om lezers de juiste procedure te geven, moet de redactie _____.

Options: uitsluitend de onderwijswoorden vervangen en alle procedurestappen behouden, de instellingsnamen weglaten zodat het verschil tussen de systemen verdwijnt, versies per doelgroep maken met de bijbehorende procedures en instellingen

Question 6

Een schrijver gebruikt een informele mengvorm in een spontaan gesprek tussen personages, maar niet in een formeel openbaar bericht. Die keuze laat zien dat _____.

Options: sociale passendheid en geschiktheid als formele standaardvorm niet samenvallen, iedere effectieve gespreksvorm ook formele standaardtaal is, standaardtaal in elk vriendengesprek de meest natuurlijke stijl is

Question 7

Een lokale campagne gebruikt begrijpelijke Belgische standaardwoorden, passende instellingstermen en een consequente stem, zonder karikatuur. Er is geen opdracht om de tekst geografisch neutraal te maken. De redactie _____.

Options: moet alle Belgische woorden vervangen om standaardtaal te verkrijgen, kan de regionale kleur behouden omdat die bij doelgroep en genre past, moet Nederlandse woorden toevoegen om beide variëteiten even vaak te gebruiken

Question 8

Een Nederlandse corrector vindt een Belgische formulering ongewoon en wil haar om die reden afkeuren. De eerstvolgende zorgvuldige stap is _____.

Options: de formulering afkeuren omdat het eigen taalgevoel de algemene norm bepaalt, de formulering goedkeuren zodra een zoekmachine één vindplaats toont, de bedoelde betekenis en het nationale statuslabel in een actueel naslagwerk controleren

Question 9

Een huisstijlcommissie vindt een taaladvies, maar heeft nog niet gecontroleerd wanneer het verscheen en of het over frequentie of aanvaardbaarheid gaat. Voor een onderbouwd besluit moet zij _____.

Options: die gegevens controleren en de geraadpleegde bron bij het besluit noteren, de bronvermelding vastleggen en de aanbevolen vorm daarmee als de enige aanvaarde vorm behandelen, de deskundigheid van de adviesdienst als voldoende bewijs voor de actuele geldigheid van het advies nemen

Question 10

Een brief gebruikt overal u heeft. De huisstijl verlangt één consequente vervoeging bij u. In de slotzin kiest de redacteur daarom: _____.

Options: U hebt recht op een schriftelijke reactie, U heeft recht op een schriftelijke reactie, Je hebt recht op een schriftelijke reactie

Question 11

Een auteur gebruikt in een filosofische passage bewust de idee. De corrector wil dit uitsluitend wegens het lidwoord als fout markeren. Het juiste oordeel over dat argument is: _____.

Options: Het is juist: de grotere gebruiksfrequentie van het idee bepaalt ook de norm voor deze betekenis, Het is juist: een afwijking van het algemene lidwoord vereist een Belgische doelgroep, Het is onvoldoende: de idee komt onder meer in filosofische betekenis voor

Question 12

Een vergelijking bespreekt nationale woordkeuze, grammaticale voorkeuren, register en doelgroep. De makers noemen haar volledig, maar laten uitspraak bewust buiten beschouwing. Volgens het vergelijkingskader van de les _____.

Options: ontbreekt nog een dimensie, zoals klankrealisatie, ritme of intonatie, is de vergelijking volledig zodra de gedeelde spelling bij de grammatica wordt behandeld, is de vergelijking volledig doordat uitspraakverschillen al onder nationale woordkeuze vallen

Practice Redigeren voor Nederlandse en Belgische lezers with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Redigeren voor Nederlandse en Belgische lezers in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.