Question 1
Welke zin maakt het tellen tot lopende achtergrond en het alarm tot de plotselinge hoofdgebeurtenis? _____
Options: Toen Aya morgen de voorraad telt, ging het alarm plotseling af., Terwijl Aya de voorraad telde, het alarm ging plotseling af., Terwijl Aya de voorraad telde, ging het alarm plotseling af., Ondertussen Aya de voorraad telde, ging het alarm plotseling af.
Question 2
Het hele tafereel wordt in het verleden verteld: ‘Terwijl de kok de saus _____, _____ de souschef de groenten.’
Options: roerde, heeft geroerd, zal roeren, roert, snijdt, had gesneden, zal snijden, sneed
Question 3
Het versturen gebeurde vóór het begin van de vergadering. ‘Toen de vergadering begon, _____.’
Options: verstuurde de secretaris het verslag pas later, had de secretaris het verslag al verstuurd, zal de secretaris het verslag versturen, heeft de secretaris het verslag morgen verstuurd
Question 4
Lena werkt graag met achtergrondmuziek; Ravi heeft juist stilte nodig. Welke aanvulling drukt dit contrast uit? ‘Lena zet altijd muziek aan, _____.’
Options: toen Ravi juist stilte nodig had, terwijl heeft Ravi juist stilte nodig, ondertussen Ravi juist stilte nodig heeft, terwijl Ravi juist stilte nodig heeft
Question 5
Welke zin gebruikt terwijl om een tegenstrijdigheid en mogelijk kritiek uit te drukken? _____
Options: De organisatie belooft minder papier te gebruiken, terwijl zij elke memo nog steeds dubbel afdrukt., De organisatie belooft minder papier te gebruiken, terwijl drukt zij elke memo nog steeds dubbel af., De organisatie belooft minder papier te gebruiken, toen zij elke memo nog steeds afdrukt., De organisatie belooft minder papier te gebruiken, ondertussen zij elke memo nog steeds dubbel afdrukt.
Question 6
Welke vraag helpt je de betekenis van terwijl in een zin te bepalen? _____
Options: Staat de terwijl-bijzin voor of achter de hoofdzin?, Bevat de zin een voltooid deelwoord?, Lopen de situaties tegelijk of worden ze met elkaar gecontrasteerd?, Is de tweede bijzin langer dan de hoofdzin?
Question 7
Julia was al tien minuten bezig. Welke vorm past als lopende achtergrond? ‘Terwijl zij de wachtruimte _____, ging de telefoon.’
Options: binnenkwam, schoonmaakte, verliet, had gesloten
Question 8
Welke zin gebruikt toen als voegwoord na de hoofdzin en zet de persoonsvorm achteraan in de bijzin? _____
Options: Het publiek begon te applaudisseren toen speelde de solist de laatste noot., Het publiek begon te applaudisseren toen de solist de laatste noot speelt., Het publiek begon te applaudisseren toen de solist de laatste noot spelen., Het publiek begon te applaudisseren toen de solist de laatste noot speelde.
Question 9
Kies de zin voor één bezoek en daarna de zin voor herhaalde bezoeken: ‘_____ _____’
Options: Als ik morgen bij mijn tante logeerde, maakten we samen soep., Toen ik vorige zaterdag bij mijn tante logeerde, maakten we samen soep., Toen ik vorige zaterdag bij mijn tante logeer, maakten we samen soep., Toen ik vorige zaterdag bij mijn tante logeerde, we maakten samen soep., Toen ik volgende week bij mijn tante logeerde, maakten we altijd samen soep., Als ik vroeger bij mijn tante logeerden, maakten we altijd samen soep., Als ik vroeger bij mijn tante logeerde, maakten we altijd samen soep., Als ik vroeger bij mijn tante logeerde, we maakten altijd samen soep.
Question 10
In ‘Tijdens dezelfde avonddienst werkte Sara door, terwijl Mark pauzeerde’ kunnen twee betekenissen meespelen. Welke uitleg past? _____
Options: De handelingen gebeuren tegelijk en worden ook tegenover elkaar gezet., Terwijl verwijst hier uitsluitend naar een toekomstige gebeurtenis., Marks pauze was al afgelopen voordat Sara begon te werken., Terwijl is hier een zelfstandig tijdswoord dat inversie veroorzaakt.
Question 11
De levering wordt vanavond verwacht. Welke zin gebruikt een passende verbinding voor deze toekomstige situatie? _____
Options: Toen de levering vanavond aankomen, controleert de nachtploeg de dozen., Toen de levering vanavond aankomt, controleert de nachtploeg de dozen., Wanneer de levering vanavond aankwam, controleerde de nachtploeg de dozen morgen., Wanneer de levering vanavond aankomt, controleert de nachtploeg de dozen.
Question 12
In ‘Toen het toegangshek openging, reed de bus het terrein op’ is toen _____. In ‘De chauffeur kreeg toestemming. Toen reed de bus het terrein op’ is toen _____.
Options: een onderwerp van de hoofdzin, een zelfstandig tijdswoord met inversie, een voegwoord dat een bijzin inleidt, een infinitief aan het einde, een zelfstandig tijdswoord dat inversie veroorzaakt, een voegwoord met een werkwoord achteraan, een lijdend voorwerp zonder persoonsvorm, een deel van het werkwoord oprijden
Question 13
Welke uitspraak over verleden tijden in een verhaal is juist? _____
Options: Het plusquamperfectum beschrijft altijd wat daarna gebeurt., Het imperfectum beschrijft vaak situaties en de verhaallijn; het plusquamperfectum markeert een eerdere gebeurtenis., Na toen moet altijd een tegenwoordige tijd staan., Met terwijl mogen twee handelingen nooit in dezelfde tijd staan.
Question 14
Vul de drie verbindingen in het verhaal aan: ‘_____, hoorde de museumwacht glas breken. _____, zag hij dat iemand een ruit had ingeslagen. Hij waarschuwde de beheerder. _____ maakte hij foto’s.’
Options: Toen de museumwacht morgen zijn ronde loopt, Ondertussen de museumwacht rustig zijn ronde liep, Terwijl liep de museumwacht rustig zijn ronde, Terwijl de museumwacht rustig zijn ronde liep, Toen hij bij de vitrine kwam, Toen hij bij de vitrine komt, Toen kwam hij bij de vitrine, Als hij gisteren bij de vitrine komt, Wanneer, Omdat, Toen, Als