Question 1
Ik woon in dit huis _____ ik met mijn studie begon.
Options: vanaf, sinds, gedurende
Kies de combinatie die laat zien of de situatie doorgaat, voorbij is of gepland staat.
Question 1
Ik woon in dit huis _____ ik met mijn studie begon.
Options: vanaf, sinds, gedurende
Question 2
Ik heb _____ 2021 hetzelfde telefoonnummer.
Options: al, gedurende, sinds
Question 3
Utrecht is nog steeds mijn woonplaats. Ik _____ er al drie jaar.
Options: woon, woonde, gewoond
Question 4
Ik ga in augustus _____ drie weken naar Spanje.
Options: al, voor, sinds
Question 5
De sporthal is nu open. Volgens het plan blijft hij volgende maand _____ de reparatie dicht en gaat hij daarna weer open.
Options: sinds, al, gedurende
Question 6
Ik wacht _____ een kwartier op de bus en hij komt nog steeds niet.
Options: al, voor, vanaf
Question 7
Wij _____ nu in Gent. Daarvoor _____ we twee jaar in Leiden.
Options: wonen, woonden, gewoond
Question 8
Ik woon hier _____ maart 2024 en blijf hier voorlopig wonen.
Options: gedurende, al, sinds
Question 9
Sinds januari _____ mijn zus elke zaterdag bij de bakker en dat gaat nog steeds door.
Options: werkte, werkt, zal werken
Question 10
De verkoop begint volgende maand. U kunt dan _____ twee weken kaarten kopen; daarna stopt de verkoop.
Options: vanaf, gedurende, sinds
Question 11
De nieuwe regel begint volgende week. _____ aanstaande maandag moeten bezoekers een helm dragen.
Options: Sinds, Vanaf, Al
Question 12
We hebben geen auto meer _____ onze verhuizing in 2022.
Options: sinds, al, gedurende
Question 13
Zij heeft nu een andere baan. Daarvoor _____ zij vijf jaar bij de bank.
Options: werkt, werkte, zal werken
Question 14
Zij is vandaag precies vijf jaar in dienst en blijft onze collega. Zij _____ hier dus al vijf jaar.
Options: werkte, werkt, zal werken
Question 15
Het kantoor blijft volgende week _____ de feestdagen gesloten.
Options: Gedurende, Sinds, Al
Practice Tijd en werkwoord with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Tijd en werkwoord in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.