Question 1
Sorteer de vragen: vraagt iemand naar een tijdsduur of naar het beginpunt?
Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.
Question 1
Sorteer de vragen: vraagt iemand naar een tijdsduur of naar het beginpunt?
Question 2
Plaats de zinnen bij een situatie die doorgaat, afgesloten is of later begint.
Question 3
Welke tijdsrelatie drukt het tijdswoord uit? Sorteer de zinnen.
Question 4
Sorteer de zinnen: beschrijven ze een huidige situatie of een afgesloten periode?
Question 5
Sorteer de tijdsbepalingen: verbinden ze de duur met nu of noemen ze een afgebakende periode?
Practice Tijdsduur met al, sinds, vanaf en gedurende - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 5 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Tijdsduur met al, sinds, vanaf en gedurende - Woorden sorteren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.