Question 1
Op dinsdag kwam Amir voor het eerst in het stagegebouw. _____ meldde hij zich om acht uur bij de balie.
Options: Die ochtend, De ochtend daarvoor, De avond ervoor
Kies het tijdssignaal of de werkwoordsvorm die de tijdlijn helder houdt.
Question 1
Op dinsdag kwam Amir voor het eerst in het stagegebouw. _____ meldde hij zich om acht uur bij de balie.
Options: Die ochtend, De ochtend daarvoor, De avond ervoor
Question 2
Mila vond de locatie snel, want ze _____ de route de avond ervoor thuis al bekeken.
Options: was, had, zou
Question 3
Noor herkende het plein; ze _____ er vroeger vlakbij gewoond.
Options: was, zou, had
Question 4
De presentatie begon laat, want de spreker _____ te laat van huis vertrokken.
Options: was, had, zou
Question 5
De spreker kreeg voor het eerst een reservecomputer in handen. Hij had zijn eigen laptop thuis laten liggen. _____ zette hij de reservecomputer aan en begon hij.
Options: Daarvoor, Vervolgens, De avond ervoor
Question 6
De winkel opende in april. Tot eind juni bleef het bij die ene winkel. _____, in juli, kwam er een tweede vestiging bij.
Options: Een maand later, Twee maanden later, Drie maanden later
Question 7
De verbouwing begon in januari. _____ was alleen de keuken nog niet klaar.
Options: Tegen het einde van het jaar, De dag ervoor, Aan het begin van januari
Question 8
Op dat moment wist Daan niet dat hij later teamleider _____.
Options: werd, zou worden, was geworden
Question 9
Ze spraken af dat ze elkaar _____ zouden bellen.
Options: gisteren, de dag ervoor, de volgende dag
Question 10
Op dinsdag maakte Noor een afspraak voor woensdag om twaalf uur. Ze beloofde: "Ik kom _____ om twaalf uur voor onze afspraak."
Options: morgen, vandaag, overmorgen
Question 11
Op een dinsdag in 2018 nodigden we Noor uit voor een feest op woensdag. Ze beloofde dat ze _____ zou komen.
Options: gisteren, de volgende dag, de dag ervoor
Question 12
Hij was opgelucht, want hij _____ de rekening eerder die week betaald.
Options: was, zou, had
Question 13
Om tien uur gingen we bij de halte staan. _____, om elf uur, kwam de bus eindelijk en stapten we in.
Options: Een uur later, Een uur eerder, De ochtend ervoor
Question 14
In 2020 verhuisde Mila naar een straat die ze goed kende. _____ had ze er gewerkt, van 2012 tot 2018.
Options: Daarna, Daarvoor, Een jaar later
Question 15
De reis begon zonder problemen, maar die avond _____ de planning volledig veranderen.
Options: had, heeft, zou
Practice Hoofdlijn en terugblik with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Hoofdlijn en terugblik in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.