Fill in the blank

Sprongen en terugkeer

Maak begin, duur en einde van iedere tijdsprong herkenbaar.

0 / 17 blanks filled0%

Question 1

De groep vertrok in maart en bleef tot september van hetzelfde jaar weg. _____ keerden de deelnemers terug.

Options: Zes maanden later, Zes maanden eerder, Zes maanden lang

Question 2

Bij aankomst bleek dat de gids de reservering eerder die dag _____ geannuleerd.

Options: was, had, zou

Question 3

Noor stond voor een afgesloten deur. Ze had de toegangscode thuis laten liggen. Een medewerker stuurde haar een bericht met de code. Pas na ontvangst kon ze naar binnen. _____ opende ze de deur met die code.

Options: Daarvoor, Ondertussen, Daarna

Question 4

Het team presenteerde het plan in januari. _____ _____ er nog nooit iemand openlijk over gesproken.

Options: Daarna, Daarvoor, Kort daarna, hadden, had, waren

Question 5

De voorzitter keek bezorgd: de deelnemers _____ al vertrokken voordat hij de fout ontdekte.

Options: hadden, waren, was

Question 6

De commissie onderbrak het overleg voor een pauze. Ze had het voorstel die ochtend al besproken. Iedereen bleef weg tot de pauze voorbij was. _____ hervatte de commissie het overleg.

Options: Voor de pauze, Tijdens de pauze, Na de pauze

Question 7

Het project begon met vijf medewerkers. De eerste achttien maanden bleef dat aantal gelijk; daarna kwamen er elke maand twintig mensen bij. _____ werkten er meer dan honderd mensen aan.

Options: Tegen het einde van de eerste maand, In de maanden ervoor, Tegen het einde van het tweede jaar

Question 8

De sollicitatie leek gewoon, maar ze _____ zijn loopbaan later volledig veranderen.

Options: heeft, zou, hadden

Question 9

Op vrijdag sprak hij met zijn docent af om zijn verslag precies drie dagen later in te leveren. Hij bevestigde dat hij het verslag volgens die afspraak _____ zou inleveren.

Options: de volgende dag, de dag ervoor, de volgende maandag

Question 10

Het ontwerp viel in maart af. De groep discussieerde tot september zonder een besluit te nemen. _____ besloot de groep opnieuw te beginnen.

Options: Na maanden van discussie, De volgende ochtend, Na één week

Question 11

Toen de stroom uitviel, bleef Amir rustig omdat hij eerder een kopie _____.

Options: was opgeslagen, had opgeslagen, zou opgeslagen

Question 12

Tijdens de middagvoorstelling ging het brandalarm af. De bezoekers moesten naar buiten en wachtten daar precies zestig minuten. De technicus had bij een controle een fout gemaakt. _____ mochten de bezoekers weer naar binnen en ging de voorstelling verder.

Options: De volgende ochtend, Een uur eerder, Een uur later

Question 13

De winkel sloot in juni. Het pand bleef tot eind oktober leeg. Pas _____ opende er een buurthuis.

Options: in november, de maand ervoor, diezelfde zomer

Question 14

Bij het eerste bezoek wist ik niet dat ik in de jaren _____ nog vaak zou terugkomen.

Options: daarvoor, daarna, geleden

Question 15

Mila kreeg haar telefoon terug van de reparateur. Ze _____ het toestel de dag ervoor laten vallen. _____ belde ze met het gerepareerde toestel een taxi.

Options: had, was, zou, Daarvoor, Vervolgens, Tijdens de reparatie

Practice Sprongen en terugkeer with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Sprongen en terugkeer in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.