Question 1
De groep vertrok in maart en bleef tot september van hetzelfde jaar weg. _____ keerden de deelnemers terug.
Options: Zes maanden later, Zes maanden eerder, Zes maanden lang
Maak begin, duur en einde van iedere tijdsprong herkenbaar.
Question 1
De groep vertrok in maart en bleef tot september van hetzelfde jaar weg. _____ keerden de deelnemers terug.
Options: Zes maanden later, Zes maanden eerder, Zes maanden lang
Question 2
Bij aankomst bleek dat de gids de reservering eerder die dag _____ geannuleerd.
Options: was, had, zou
Question 3
Noor stond voor een afgesloten deur. Ze had de toegangscode thuis laten liggen. Een medewerker stuurde haar een bericht met de code. Pas na ontvangst kon ze naar binnen. _____ opende ze de deur met die code.
Options: Daarvoor, Ondertussen, Daarna
Question 4
Het team presenteerde het plan in januari. _____ _____ er nog nooit iemand openlijk over gesproken.
Options: Daarna, Daarvoor, Kort daarna, hadden, had, waren
Question 5
De voorzitter keek bezorgd: de deelnemers _____ al vertrokken voordat hij de fout ontdekte.
Options: hadden, waren, was
Question 6
De commissie onderbrak het overleg voor een pauze. Ze had het voorstel die ochtend al besproken. Iedereen bleef weg tot de pauze voorbij was. _____ hervatte de commissie het overleg.
Options: Voor de pauze, Tijdens de pauze, Na de pauze
Question 7
Het project begon met vijf medewerkers. De eerste achttien maanden bleef dat aantal gelijk; daarna kwamen er elke maand twintig mensen bij. _____ werkten er meer dan honderd mensen aan.
Options: Tegen het einde van de eerste maand, In de maanden ervoor, Tegen het einde van het tweede jaar
Question 8
De sollicitatie leek gewoon, maar ze _____ zijn loopbaan later volledig veranderen.
Options: heeft, zou, hadden
Question 9
Op vrijdag sprak hij met zijn docent af om zijn verslag precies drie dagen later in te leveren. Hij bevestigde dat hij het verslag volgens die afspraak _____ zou inleveren.
Options: de volgende dag, de dag ervoor, de volgende maandag
Question 10
Het ontwerp viel in maart af. De groep discussieerde tot september zonder een besluit te nemen. _____ besloot de groep opnieuw te beginnen.
Options: Na maanden van discussie, De volgende ochtend, Na één week
Question 11
Toen de stroom uitviel, bleef Amir rustig omdat hij eerder een kopie _____.
Options: was opgeslagen, had opgeslagen, zou opgeslagen
Question 12
Tijdens de middagvoorstelling ging het brandalarm af. De bezoekers moesten naar buiten en wachtten daar precies zestig minuten. De technicus had bij een controle een fout gemaakt. _____ mochten de bezoekers weer naar binnen en ging de voorstelling verder.
Options: De volgende ochtend, Een uur eerder, Een uur later
Question 13
De winkel sloot in juni. Het pand bleef tot eind oktober leeg. Pas _____ opende er een buurthuis.
Options: in november, de maand ervoor, diezelfde zomer
Question 14
Bij het eerste bezoek wist ik niet dat ik in de jaren _____ nog vaak zou terugkomen.
Options: daarvoor, daarna, geleden
Question 15
Mila kreeg haar telefoon terug van de reparateur. Ze _____ het toestel de dag ervoor laten vallen. _____ belde ze met het gerepareerde toestel een taxi.
Options: had, was, zou, Daarvoor, Vervolgens, Tijdens de reparatie
Practice Sprongen en terugkeer with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Sprongen en terugkeer in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.