Question 1
Tijdens het overleg klinkt het bezittelijk voornaamwoord als "d’r". In het verslag na het overleg staat: "De voorzitter licht _____ voorstel toe."
Options: d’r, haar, der
Kies de aanvulling die volgens de les past bij de beschreven uitspraak, schrijfwijze of communicatieve bedoeling.
Question 1
Tijdens het overleg klinkt het bezittelijk voornaamwoord als "d’r". In het verslag na het overleg staat: "De voorzitter licht _____ voorstel toe."
Options: d’r, haar, der
Question 2
Je zet een snel uitgesproken zin om in een gewone academische tekst, niet in een dialoog. Voor het gereduceerde persoonlijk voornaamwoord kies je de gebruikelijke schrijfwijze: "Hieronder bespreek _____ de resultaten."
Options: ’k, ik, mij
Question 3
Je schrijft een informele dialoog. Het personage spreekt het lidwoord zonder klinker uit; je geeft die reductie met een apostrofvorm weer: "Zet _____ raam even open."
Options: ’t, ’k, ’ns
Question 4
Een medewerker zegt informeel "hebbie". Je neemt de vraag op in een gewone zakelijke tekst: "_____ de bijlage ontvangen?"
Options: Hebbie, Heb je, Hebt je
Question 5
In de gesproken rondleiding klinkt het werkwoord ongeveer als "lope", zonder hoorbare slot-n. In de notulen staat de zin in standaardspelling: "De deelnemers _____ naar binnen."
Options: lope, lopen, loop
Question 6
De bestelling komt donderdag, maar je gesprekspartner denkt vrijdag. Om juist de dag te corrigeren, leg je in "De bestelling komt donderdag" de contrastieve klemtoon op _____.
Options: bestelling, komt, donderdag
Question 7
Je presenteert een document. Een luisteraar weet welk document je bedoelt, maar denkt ten onrechte dat het definitief is. Je corrigeert die luisteraar met "Dit is een voorlopig advies". De corrigerende klemtoon valt op _____.
Options: voorlopig, advies, Dit
Question 8
In een informeel bericht staat: "Zullen we ’ns bellen?" In de notulen van het overleg staat dezelfde afspraak zo: "Zullen we _____ bellen?"
Options: eens, ’ns, ’s
Question 9
Door sterke reductie verstaat een klant "vijftig" in plaats van "vijftien". Bij "U betaalt vijftien euro" moet je het klankverschil herstellen in _____.
Options: betaalt, euro, vijftien
Question 10
Een Nederlandse en een Belgische nieuwslezer lezen dezelfde zin voor. Bij de ene is de slot-n van het werkwoord hoorbaar, bij de andere niet. In beide redactieteksten staat in standaardspelling: "De ministers _____ naar de vragen van de pers."
Options: luistert, luister, luisteren
Question 11
Een leverancier spreekt de naam van een zuivelproduct uit met een extra klinker tussen de l en de k. Je noteert de bestelling in standaardspelling: "Graag zes liter volle _____."
Options: melk, melluk, melken
Question 12
In de opname klinkt het werkwoord ongeveer als "avbreke". Je noteert de opdracht in het bouwdossier in standaardspelling: "De aannemer mag de oude muur _____."
Options: avbreken, afbreken, afbreke
Practice Reductie, spelling en klemtoon with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Reductie, spelling en klemtoon in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.