Fill in the blank

Spreekkeuzes voor publiek en situatie

Kies de vorm, klemtoon of pauze die past bij de concrete spreekcontext. Hoofdletters in een voorbeeldzin geven nadruk aan; een schuine streep geeft een korte pauze aan.

0 / 12 blanks filled0%

Question 1

Twee vertrouwde collega’s bespreken rustig hun vaste taak. Je noteert hun gesprek met een apostrofvorm voor het onbeklemtoonde lidwoord: "Heb je _____ overzicht al gezien?"

Options: 'k, 't, 'ns

Question 2

Voor een grote zaal zeg je: "De invoering wordt uitgesteld." Het publiek verwacht dat het project helemaal wordt stopgezet. Welk woord krijgt de corrigerende klemtoon: _____?

Options: uitgesteld, invoering, wordt

Question 3

Je geeft telefonisch een onbekende toegangscode door. De klant vraagt: "Eindigt hij op B?" Je antwoordt: "Hij eindigt op D." Alleen het laatste teken is verkeerd verstaan; de corrigerende nadruk valt op _____.

Options: Hij, eindigt, D

Question 4

In een sollicitatiegesprek denkt de interviewer dat je een project alleen hebt uitgevoerd. Je corrigeert dat rustig: "Ik heb het project samen uitgevoerd." De contrastieve klemtoon valt op _____.

Options: project, samen, uitgevoerd

Question 5

Naast een lawaaiige machine geef je twee opeenvolgende stappen: "Sluit de kap en druk daarna op start." Je wilt elke volledige handeling als aparte eenheid laten horen. De pauze komt direct na _____.

Options: kap, druk, daarna

Question 6

Je introduceert een gast: "Onze volgende spreker is Samira El Amrani." Het publiek vraagt wie er komt; de aankondigingsformule was wel verstaanbaar. Welk deel herhaal je met minder reductie: _____?

Options: Onze volgende spreker, volgende spreker is, Samira El Amrani

Question 7

Je waarschuwt iemand die denkt dat een ruimte veilig is: "Je mag hier niet naar binnen." Het beslissende verschil vraagt om voldoende nadruk op _____.

Options: je, hier, niet

Question 8

Je zegt: "We kunnen beginnen mits de vergunning binnen is." Je wilt de overgang van het voorstel naar de beperking hoorbaar maken. Je plaatst de korte pauze direct _____.

Options: vóór mits, na is, vóór We

Question 9

Je markeert twee zwaartepunten in je presentatietekst: "We leveren morgen drie prototypes." De toehoorders verwachten een andere dag en een ander aantal; het product is bekend. Je onderstreept _____.

Options: We en leveren, morgen en drie, drie en prototypes

Question 10

Je spontane antwoord loopt vast. Je wilt na de kern een nieuwe zin beginnen voor de oorzaak: "We hebben meer tijd nodig de levering is vertraagd." De pauze tussen die twee volledige mededelingen komt na _____.

Options: tijd, levering, nodig

Question 11

Je vergelijkt een opname met het transcript. De spreker zegt "Dat boek is al UIT" als antwoord op de vraag of het boek nog moet verschijnen. Welk woord is hier contrastief beklemtoond en dus geen kandidaat voor sterke reductie: _____?

Options: uit, is, al

Question 12

Bij het terugluisteren blijkt dat een luisteraar de verkeerde plaats heeft genoteerd. Je herhaalt: "De bijeenkomst is in Delft." De dag en het soort evenement waren goed begrepen. Welk woord spreek je bij deze correctie nadrukkelijker uit: _____?

Options: bijeenkomst, Delft, is

Practice Spreekkeuzes voor publiek en situatie with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Spreekkeuzes voor publiek en situatie in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.