Fill in the blank

Ons, elkaar en elkaars

Kies de vorm die terugverwijst naar dezelfde persoon, een wederzijdse handeling of bezit.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Na het sporten wassen wij _____; ieder wast zichzelf.

Options: ons, elkaar, elkaars

Question 2

Noor helpt Amir en Amir helpt Noor. Zij helpen _____.

Options: zichzelf, elkaar, elkaars

Question 3

De twee redacteuren lezen _____ teksten voor publicatie.

Options: elkaar, ons, elkaars

Question 4

De twee teams spelen zaterdag tegen _____.

Options: elkaar, elkaars, zich

Question 5

Tijdens het gesprek luisteren de collega's aandachtig naar _____.

Options: zichzelf, elkaar, elkaars

Question 6

Na de cursus houden de deelnemers contact met _____.

Options: zich, elkaars, elkaar

Question 7

Noor wast haar jonge zoon, maar hij kan _____ al zelfstandig aankleden.

Options: zich, hunzelf, onszelf

Question 8

Noor heeft alleen _____ gewassen; haar baby is nog niet aan de beurt.

Options: zich, zichzelf, elkaar

Question 9

Daan vergist _____ in de datum en komt een dag te vroeg.

Options: zichzelf, hem, zich

Question 10

Wij kleden _____ zonder hulp aan; ieder trekt zijn eigen kleren aan.

Options: ons, elkaar, elkaars

Question 11

Wij controleren de gegevens van de ander. Wij controleren _____.

Options: onze eigen gegevens, elkaars gegevens, elkaar gegevens

Question 12

De kinderen geven over en weer een cadeau. Ze geven _____ een cadeau.

Options: zich, elkaars, elkaar

Question 13

Zij _____ voor haar fout en durft niemand aan te kijken.

Options: schaamt zich, schaamt haar broer, schaamt elkaar

Question 14

Na het werk wast hij zijn zoon, maar eerst _____.

Options: wast zich hij, wast hij zich, wassen hij zich

Question 15

Twee vrienden spreken af dat ze _____ altijd zullen helpen.

Options: zich, elkaars, elkaar

Practice Ons, elkaar en elkaars with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Ons, elkaar en elkaars in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.