B1 · Intermediate

Vaste wederkerende en wederkerige werkwoorden

Leer vaste wederkerende werkwoorden met me, je, zich en ons goed gebruiken en onderscheid ze van wederkerige constructies met elkaar en elkaars.

By the flumi team About 5 min read 26 vocabulary words

Bij een wederkerend werkwoord verwijst me, je, zich of ons terug naar het onderwerp: Ik vergis me. Bij een wederkerige constructie voeren twee of meer personen dezelfde handeling bij elkaar uit: Wij helpen elkaar.

Na deze les kun je:

  • de juiste vorm van het wederkerend voornaamwoord kiezen;
  • een vast wederkerend werkwoord als één geheel gebruiken;
  • het verschil tussen ons, elkaar en elkaars duidelijk maken.

Vaste wederkerende werkwoorden

Bij een vast wederkerend werkwoord hoort het wederkerend voornaamwoord bij de betekenis van het werkwoord. Je kunt het niet zomaar weglaten of door een gewoon lijdend voorwerp vervangen.

Heel werkwoord Voorbeeld
zich vergissen Ik vergis me in het huisnummer.
zich schamen Hij schaamt zich voor zijn reactie.
zich haasten We haasten ons naar het station.
zich gedragen De kinderen gedragen zich rustig.
zich bevinden De ingang bevindt zich aan de achterkant.

Leer het voornaamwoord als onderdeel van het werkwoord.

✓ Zij schaamt zich voor haar fout.

✗ Zij schaamt voor haar fout.

Me, je, zich en ons

De vorm past bij het onderwerp.

Onderwerp Wederkerend voornaamwoord Voorbeeld met zich vergissen
ik me Ik vergis me.
jij / je je Jij vergist je.
u zich of u U vergist zich.
hij / zij / het zich Zij vergist zich.
wij / we ons Wij vergissen ons.
jullie je Jullie vergissen je.
zij / ze zich Zij vergissen zich.

Bij u zijn zowel u vergist zich als u vergist u correct. Zich voorkomt dat twee vormen van u direct naast elkaar staan en is daardoor vaak prettig in gebruik.

Let vooral op jullie: in de gewone mededelende zin is je de algemeen aanvaarde vorm. Zeg dus Jullie hebben je vergist.

Vast of toevallig wederkerend

Een toevallig wederkerend werkwoord kan ook een ander lijdend voorwerp krijgen. Vergelijk zich vergissen met wassen.

Vast wederkerend Toevallig wederkerend
Noor vergist zich. Noor wast zich.
niet: Noor vergist haar broer. Noor wast haar broer.
niet: Noor vergist zichzelf. Noor wast zichzelf.

Bij een vast wederkerend werkwoord gebruik je normaal de zwakke vorm me, je, zich of ons. Bij een toevallig wederkerend werkwoord maakt het voornaamwoord duidelijk wie de handeling krijgt: Hij wast zich betekent dat hij zichzelf wast; Hij wast hem betekent dat hij een andere man of jongen wast. Een vorm op -zelf kan nadruk of contrast geven: Ik heb hem niet gewassen; ik heb alleen mezelf gewassen.

Quick check

Try one question now.

1
Ik was mijn broer, maar ik schaam voor zijn gedrag.

Check your answer when you are ready. No sign-in needed.

Vaste voorzetsels en woordvolgorde

Veel wederkerende werkwoorden hebben een vast voorzetsel. Leer de hele combinatie.

  • zich schamen voor iets;
  • zich voorbereiden op iets;
  • zich interesseren voor iets;
  • geïnteresseerd zijn in iets;
  • zich zorgen maken over iets;
  • zich vergissen in iets;
  • zich aanmelden voor een cursus.

Mila bereidt zich voor op een sollicitatiegesprek. Ze maakt zich zorgen over moeilijke vragen, maar ze herinnert zich het advies van haar docent: rustig blijven.

Het korte voornaamwoord staat meestal vroeg in de zin: Gisteren heb ik me aangemeld. Ook in een werkwoordelijke eindgroep blijft het vóór de werkwoorden: ..., omdat hij zich niet goed heeft voorbereid. Bij een infinitiefconstructie staat het eveneens vóór te: Hij probeert zich te concentreren.

Elkaar voor een wederzijdse handeling

Elkaar betekent dat de handeling in beide richtingen gaat. Het onderwerp is daarom meervoudig of noemt meer dan één persoon.

  • Noor en Amir helpen elkaar.
  • De buren groeten elkaar elke ochtend.
  • Wij luisteren naar elkaar.
  • De twee teams spelen tegen elkaar.
  • Na de cursus houden de deelnemers contact met elkaar.

De wederzijdse betekenis zit niet in het werkwoord zelf, maar ontstaat door elkaar. Vergelijk: Noor belt Amir en Amir belt Noor → Noor en Amir bellen elkaar. Sommige combinaties komen wel vaak voor, zoals elkaar ontmoeten en met elkaar overweg kunnen.

Ons, elkaar en elkaars vergelijken

Vergelijk goed wie de handeling uitvoert en wie haar ontvangt.

Vorm Betekenis Voorbeeld
ons ieder doet iets bij zichzelf Wij wassen ons.
elkaar de een doet iets bij de ander Wij helpen elkaar.
elkaars iets hoort bij de ander Wij lezen elkaars teksten.

Elkaars staat vóór een zelfstandig naamwoord en heeft geen apostrof: elkaars ideeën, elkaars familie en elkaars werk.

Controleer je zin in drie stappen:

  1. Hoort het voornaamwoord vast bij het werkwoord? Kies me, je, zich of ons bij het onderwerp.
  2. Gaat de handeling van de ene persoon naar de andere en terug? Kies elkaar.
  3. Druk je bezit of een relatie uit vóór een zelfstandig naamwoord? Kies elkaars.

Het kernverschil is: wederkerend verwijst terug naar dezelfde persoon; wederkerig verbindt personen over en weer.

You reached the end

You reached the end

Now make it stick.

Save your progress, or start the exercises. Practice with detailed feedback after you submit, or save your progress and come back.

Practice exercises

Was this lesson helpful?

Vocabulary in this lesson

26 words, ready to study.

Play a word to hear it, then mark it as known — or save it to study later.

Save any of these 26 words and review them later.

Werkwoorden voor wederkerende en wederzijdse handelingen

26 words

Last updated October 11, 2026