Question 1
Sorteer de verhaalsignalen op volgorde, gelijktijdigheid, wending of eerdere gebeurtenis.
Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.
Question 1
Sorteer de verhaalsignalen op volgorde, gelijktijdigheid, wending of eerdere gebeurtenis.
Question 2
Plaats de betoogsignalen bij reden, gevolg, toevoeging of tegenstelling.
Question 3
Sorteer de verbindingen op hun grammaticale gebruik. Let op de plaats van de persoonsvorm en op de aparte constructie met ook al.
Question 4
Sorteer de verklaringen: geeft de spreker een reden voor een bewuste keuze of een oorzaak van iets dat onbedoeld gebeurt?
Question 5
Sorteer de signalen op het verband dat ze volgens de les in een betoog aangeven.
Practice Signaalwoorden en verbanden - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 5 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Signaalwoorden en verbanden - Woorden sorteren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.