Fill in the blank

Klein, beperkt en vriendelijk

Lees de situatie en kies de passende betekenis, houding of vorm.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Achter onze woning staat _____. Het heeft maar één kamer en is bedoeld voor gasten.

Options: de kleine huisje, het kleine huisje, het klein huisje

Question 2

De dierenarts onderzoekt dit jonge _____. Het is pas geboren en weegt 800 gram.

Options: hond, hondje, hondjes

Question 3

De jonge adviseur heeft het plan maanden uitgewerkt. Een ervaren collega lacht hem uit en zegt: “Dat plannetje van jou stelt toch niets voor.” Met plannetje stelt hij het plan voor als _____.

Options: weinig belangrijk, letterlijk klein van formaat, zijn eigen voorzichtige voorstel

Question 4

Na het eten lopen we even naar de hoek en terug. Het korte _____ doet ons goed.

Options: wandeling, wandelingetjes, wandelingetje

Question 5

Een moeder neemt haar kind op schoot en zegt: “Kom maar, schatje.” Met die aanspreekvorm toont ze _____.

Options: neerbuigendheid, genegenheid, letterlijke kleinheid

Question 6

Haar concurrent zegt: “Ze runt hier toch gewoon een winkeltje.” Haar zaak heeft vijftig werknemers. Met winkeltje stelt hij de zaak voor als _____.

Options: een letterlijke beschrijving van de winkeloppervlakte, een vriendelijke aanmoediging, kleiner dan hij in werkelijkheid is

Question 7

We bestellen twee _____ koffie en vragen de rekening.

Options: kopjes, kopje, kopjesje

Question 8

De monteur stelt ons gerust: “De reparatie duurt maar _____. U kunt hier wachten.”

Options: een kleine uurtje, een klein uurtje, een klein uurtjes

Question 9

We gaan vrijdag van zes uur tot middernacht met vrienden op stap. We noemen het “een avondje uit”. Het verkleinwoord benadrukt hier _____.

Options: de kortere duur, het geringe belang van de vrienden, de gezellige sfeer

Question 10

De buren maken al uren lawaai. Noor heeft er genoeg van en roept: “Nu is het _____! Houd op!”

Options: welletjes, eventjes, zachtjes

Question 11

Het hoofdgerecht is op. Voor het _____ kunnen de gasten kiezen tussen ijs en pudding.

Options: etentje, toetje, hapje

Question 12

Een leerling steekt voorzichtig haar hand op: “Mag ik u een _____ stellen?”

Options: vraagjes, vragen, vraagje

Question 13

In de bibliotheek vraagt een medewerker: “Wilt u wat _____ praten, alstublieft?”

Options: zachtjes, zachte, zachtje

Question 14

Een collega vraagt beleefd: “Heb je een minuutje? Ik wil je iets vragen.” Met minuutje _____.

Options: beoordeelt de spreker zijn eigen vraag als onbelangrijk, stelt de spreker de gevraagde tijd als beperkt voor, drukt de spreker genegenheid voor zijn collega uit

Question 15

Er ontbreekt een komma, maar iedereen begrijpt de tekst. De schrijver zegt: “Ik verbeter het kleine _____ straks.”

Options: fout, foutjes, foutje

Practice Klein, beperkt en vriendelijk with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Klein, beperkt en vriendelijk in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.