Question 1
“Kom maar hier, schatje”, zegt een vader terwijl hij zijn kind knuffelt. Met schatje drukt hij hier _____ uit.
Options: genegenheid voor zijn kind, een kleinerend oordeel over het kind, letterlijke kleinheid van het kind
Lees de uitspraak in haar context en kies de passende betekenis of houding.
Question 1
“Kom maar hier, schatje”, zegt een vader terwijl hij zijn kind knuffelt. Met schatje drukt hij hier _____ uit.
Options: genegenheid voor zijn kind, een kleinerend oordeel over het kind, letterlijke kleinheid van het kind
Question 2
Mila aait haar oude, grote hond: “Wat ben je toch een lief hondje!” Het verkleinwoord drukt hier vooral _____ uit.
Options: een jonge leeftijd, genegenheid, een klein formaat
Question 3
“Wat een fijn plekje”, zegt Noor over de ruime zithoek. De vorm plekje geeft haar woorden _____.
Options: een ironische opmerking, een letterlijk klein oppervlak, een warme toon
Question 4
“Wat was dat een gezellig feestje met onze vrienden!” Met het verkleinwoord benadrukt de spreker hier _____.
Options: de warme, informele sfeer, het noodzakelijk kleine aantal gasten, de noodzakelijk korte duur
Question 5
“Dat stelt toch niets voor, dat baantje van jou”, zegt hij. Hij gebruikt het verkleinwoord om het werk _____.
Options: meer aanzien te geven, minder belangrijk te laten lijken, als tijdelijk werk te beschrijven
Question 6
“Mooi autootje”, zegt hij bij een enorme, dure sportwagen. Het verkleinwoord is hier _____ bedoeld.
Options: letterlijk, bewonderend, ironisch
Question 7
“Misschien is het niets, maar ik heb een ideetje”, zegt de stagiair. Hij presenteert zijn voorstel _____.
Options: voorzichtig, bevelend, triomfantelijk
Question 8
“Dit is geen foutje, maar een fout met grote gevolgen”, zegt de directeur. Hij wijst daarmee _____ af.
Options: het onderzoeken van de oorzaak, het verzachten van een ernstig probleem, het erkennen van de schade
Question 9
In het medische rapport vervangt de arts foutje door fout. Daarmee vermijdt zij dat het incident _____ lijkt.
Options: ernstig, vriendelijk bedoeld, onbelangrijk
Question 10
Bij de ingang van het concert laat iedere bezoeker zijn kaartje scannen. Het verkleinwoord noemt hier _____.
Options: een toegangsbewijs, een kleine plattegrond, een korte uitnodiging
Question 11
Sara bestelt een broodje kaas en eet het tijdens de lunch op. Broodje noemt hier _____.
Options: een dun plakje kaas, een belegde portie brood, een kruimel brood
Question 12
Na het hoofdgerecht kiezen de gasten een toetje. Dat woord betekent _____.
Options: een kleine hoofdmaaltijd, een warm bijgerecht, een nagerecht
Question 13
In het verhaal woont een twaalfjarig meisje naast de hoofdpersoon. Meisje is hier _____.
Options: een gewone benaming voor een vrouwelijk kind, een beschrijving van een kind dat klein is voor haar leeftijd, een liefkozende aanspreekvorm voor het kind
Question 14
Tijdens een sollicitatiegesprek bedankt de kandidaat de juryvoorzitter: “Dank u wel, schatje.” In die zakelijke context kan die aanspreekvorm _____ overkomen.
Options: ongepast vertrouwelijk, volledig professioneel, een standaardbegroeting
Question 15
“Nu is het welletjes”, zegt Noor nadat de kinderen voor de derde keer ruzie maken. Met welletjes bedoelt ze dat _____.
Options: alles goed gaat, het probleem klein is, het nu genoeg is
Practice Warmte, ironie en vaste betekenis with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Warmte, ironie en vaste betekenis in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.