Question 1
Het protocol is aangepast. Verwijs uitsluitend naar dat document: De medewerkers lezen _____ morgen.
Options: hen, het, ze
Volg de verwijsketens. Kies de vorm die past bij de expliciet aangegeven referent, betekenis of schrijfopdracht.
Question 1
Het protocol is aangepast. Verwijs uitsluitend naar dat document: De medewerkers lezen _____ morgen.
Options: hen, het, ze
Question 2
De onderzoekers hebben hun conclusies ingeleverd. Verwijs naar alle onderzoekers: _____ worden volgende week geïnterviewd.
Options: Hij, Het, Zij
Question 3
Zowel de hogere huur als het verlies aan werkruimte vormt samen de reden voor vertrek. Benoem die volledige reden: _____ verklaart waarom het bedrijf verhuist.
Options: De combinatie van hogere huur en minder werkruimte, Uitsluitend de hogere huur, Alleen het verlies aan werkruimte
Question 4
Niet het onderzoek zelf, maar de verzamelde meetgegevens maken de berekening mogelijk. Benoem het middel precies: _____ berekenen de technici het gemiddelde verbruik.
Options: Met het onderzoek zelf, Met de verzamelde meetgegevens, Zonder de verzamelde meetgegevens
Question 5
De sluiting van de brug veroorzaakte de vertraging; de regen speelde geen rol. Benoem de oorzaak: _____ kwamen de bussen te laat.
Options: Door de regen, Ondanks de sluiting van de brug, Door de sluiting van de brug
Question 6
De raad besloot de bibliotheek te verplaatsen. Dat besluit, niet het eerdere debat, veroorzaakte protest. Benoem het besluit: _____ leidde tot protest.
Options: Deze beslissing om de bibliotheek te verplaatsen, Dit eerdere debat over de bibliotheek, Deze bibliotheek zelf
Question 7
Een verslag noemt eerst het bestuur en daarna het secretariaat. In een nieuwe alinea moet het bestuur als handelende instantie opnieuw expliciet worden genoemd: _____ neemt morgen het definitieve besluit.
Options: Het, Het bestuur, Het secretariaat
Question 8
Het comité ontvangt het concept. Alleen het comité beoordeelt het concept; het concept wordt herschreven. Maak beide rollen expliciet: _____ beoordeelt _____, waarna een redacteur de tekst herschrijft.
Options: Het concept, Het, Het comité, het concept, het comité, zichzelf
Question 9
Wouter zegt tegen de verslaggever: “Ik neem mijn aantekeningen mee.” Wouter is de enige man in deze context. Zet dit om naar indirecte rede: Wouter zegt dat _____ _____ aantekeningen meeneemt.
Options: ik, hij, wij, mijn, ons, zijn
Question 10
In een artikel van een journalist staat: Elif verklaarde: “Ik publiceer de cijfers morgen.” Benoem uitsluitend de spreker naar wie ik binnen dit citaat verwijst: _____ zal de cijfers publiceren.
Options: De journalist, Elif en de journalist, Elif
Question 11
De minister, De Wit, komt terug in beeld na een lange uitweiding over de staatssecretaris en een burgemeester. Herneem de minister met zijn kernnaam: _____ verdedigt vervolgens het wetsvoorstel.
Options: De Wit, Hij, De bestuurder
Question 12
De onderzoeker vergeleek twee documenten: het rapport en het werkplan. Alleen het rapport bevat fouten. Vervang het vage het door de bedoelde documentnaam: De onderzoeker meldt dat _____ moet worden herzien.
Options: het werkplan, het rapport, het
Practice Documenten, gedachten en perspectief with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Documenten, gedachten en perspectief in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.