Question 1
Ik heb mijn broer na het eten _____.
Options: opgebeld, geopbeld, opbellen
Kies het juiste voltooide deelwoord van het scheidbare werkwoord.
Question 1
Ik heb mijn broer na het eten _____.
Options: opgebeld, geopbeld, opbellen
Question 2
Wij hebben de keuken voor het bezoek _____.
Options: geschoonmaakt, schoongemaakt, schoonmaken
Question 3
De trein is om negen uur _____.
Options: geaankomen, aankomen, aangekomen
Question 4
Mila heeft na het eten alle glazen _____.
Options: afgewassen, geafwassen, afwassen
Question 5
Sara heeft haar regenjas naar school _____.
Options: gemeegenomen, meegenomen, meeneemd
Question 6
We hebben onze nieuwe buren voor koffie _____.
Options: geuitnodigd, uitnodigen, uitgenodigd
Question 7
Mijn zus is na drie maanden uit Spanje _____.
Options: teruggekomen, geterugkomen, teruggekomt
Question 8
Ik ben vandaag om zes uur _____.
Options: geopstaan, opgestaan, opgestond
Question 9
Amir heeft brood en kaas _____.
Options: gemeebracht, meebrengen, meegebracht
Question 10
Noor zet in de hoofdzin het licht aan. Later zegt ze: Ik heb het licht _____.
Options: aangezet, geaanzet, aanzetten
Question 11
Waar staat ge- bij een scheidbaar voltooid deelwoord? _____
Options: altijd helemaal vooraan, tussen de twee werkwoorddelen, altijd helemaal achteraan
Question 12
Ik ruim mijn bureau op. Kies het bijbehorende deelwoord: _____.
Options: geopruimd, opruimen, opgeruimd
Question 13
Welke vorm is correct na heeft? Zij heeft het raam _____.
Options: opengezet, geopenzet, opengezetten
Question 14
Welke zin bevat een correct gevormd scheidbaar deelwoord? _____
Options: De kamer is geschoonmaakt., De kamer is schoongemaakt., De kamer is schoongegemaakt.
Question 15
Welk deelwoord laat duidelijk ge- binnen het werkwoord zien? _____
Options: betaald, verteld, uitgenodigd
Practice Ge- tussen de delen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Ge- tussen de delen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.