Question 1
Uit de controle van vandaag blijkt Mila het addendum gisteren zelf vóór de indiening _____.
Options: te zijn ondertekend, te hebben ondertekend, te ondertekenen
Kies de voltooide infinitief die past bij het hulpwerkwoord, de tijdsverhouding en de bedoelde betekenis.
Question 1
Uit de controle van vandaag blijkt Mila het addendum gisteren zelf vóór de indiening _____.
Options: te zijn ondertekend, te hebben ondertekend, te ondertekenen
Question 2
De koerier lijkt al bij het distributiecentrum _____.
Options: te zijn aangekomen, te hebben aangekomen, te zijn aankomen
Question 3
De wielrenner beweert uren op een hometrainer _____.
Options: te hebben gefietst, te zijn gefietst, te zijn fietsen
Question 4
De wielrenner beweert na de lekke band rechtstreeks naar huis _____.
Options: te hebben gefietst, te zijn gefietst, te zijn fietsen
Question 5
Tijdens het verhoor op maandag beweerde de auditor zich de vrijdag ervoor al zorgvuldig _____.
Options: te hebben voorbereid, voor te bereiden, te zijn voorbereid
Question 6
Tegen 2032 verwacht de stichting haar klimaatdoel al _____.
Options: bereikt te hebben, te hebben bereiken, bereikt te zijn
Question 7
Aan de geregistreerde tijdstempel te zien lijkt het alarm vóór onze aankomst al _____.
Options: te hebben afgegaan, te zijn afgaan, te zijn afgegaan
Question 8
De beleidsmaker beweert alle buitenlandse bronnen zorgvuldig _____.
Options: te zijn geraadpleegd, te hebben geraadpleegd, te hebben raadplegen
Question 9
De onderzoeker zegt iedere deelnemer afzonderlijk _____.
Options: geïnterviewd te zijn, te hebben interviewen, geïnterviewd te hebben
Question 10
De woordvoerder zegt tijdens het vooroverleg als enige vertegenwoordiger aanwezig _____.
Options: te hebben gehad, te zijn geweest, te hebben geweest
Question 11
De organisatie erkent jarenlang een verouderd noodplan _____.
Options: te zijn gehad, te hebben geweest, te hebben gehad
Question 12
Sofia zegt haar zakenpartner tijdens haar studie in Gent voor het eerst _____.
Options: te hebben leren kennen, te zijn leren kennen, te hebben geleerd kennen
Question 13
Bij de overdracht was de restauratie nog onaf. Volgens het werkverslag blijkt de restaurator die middag _____.
Options: aan het paneel te zijn gewerkt, het paneel volledig te hebben hersteld, aan het paneel te hebben gewerkt
Question 14
De vier inspectierapporten zijn definitief ingeleverd; er hoeft niets meer aan te gebeuren. De consultant blijkt die rapporten _____.
Options: te zijn opgesteld, te hebben opgesteld, nog te moeten opstellen
Question 15
Na zijn ingreep kan er geen water meer door de scheur ontsnappen; verdere reparatie is niet nodig. Amir blijkt het lek _____.
Options: te zijn gedicht, nog te moeten dichten, te hebben gedicht
Practice Vorm en referentiepunt with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Vorm en referentiepunt in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.