Question 1
Deze scanner leest ook beschadigde codes. We kunnen _____ de oude etiketten controleren.
Options: hiernaar, hiermee, hier mee
Kies de juiste vorm. Let op de genoemde referent, de spelling en eventuele aanwijzingen over nadruk.
Question 1
Deze scanner leest ook beschadigde codes. We kunnen _____ de oude etiketten controleren.
Options: hiernaar, hiermee, hier mee
Question 2
Een extra controle is verplicht. De nieuwe richtlijn verplicht ons _____.
Options: daarvoor, daar toe, daartoe
Question 3
De deadline is bekend. Iedereen moet zich _____ houden.
Options: daaraan, daar aan, daarop
Question 4
Fatima begeleidt ons onderzoek. Ik overleg morgen _____ over de planning.
Options: daarmee, met haar, hiermee
Question 5
De directeur zei: “We stoppen vandaag.” _____ stelde hij de ploeg gerust.
Options: Daaraan, Daar mee, Daarmee
Question 6
Niet over de prijs, maar juist _____ wil ik onderhandelen: over de levertijd.
Options: daarover, erover, daar over
Question 7
De auteur wijst naar de tabel direct onder deze zin: “_____ staan de aantallen per provincie.”
Options: Hier in, Hierin, Hieraan
Question 8
De auteur verwijst met “hier” naar de conclusie in de vorige zin: “_____ volgt een korte toelichting.”
Options: Hier op, Hiermee, Hierop
Question 9
Vervang «met welk apparaat» door één voornaamwoordelijk bijwoord: _____ heeft de technicus de temperatuur gemeten?
Options: Waarmee, Waarnaar, Waar mee
Question 10
De vergunning is noodzakelijk. _____ kunnen we niet beginnen.
Options: Daar zonder, Daarzonder, Zonderdaar
Question 11
Het bestuur kwam in juli bijeen. _____ gelden ruimere openingstijden; _____ werd het besluit daarover genomen.
Options: Sinds die zomer, Ersinds, Daarsinds, ertijdens, daartijdens, tijdens die vergadering
Question 12
In het congrescentrum was een waterleiding gesprongen. De getroffen ruimte bleef dicht _____. Alle ruimtes waren toegankelijk _____.
Options: erwegens, wegens die lekkage, daarwegens, behalve dat vertrek, daarbehalve, erbehalve
Practice Verwijzen naar zaken, personen en tekst with this interactive fill-in-the-blank exercise of 12 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Verwijzen naar zaken, personen en tekst in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.