Question 1
Sorteer de woordgroepen op beginpunt, route of doel.
Tik op een kaart en daarna op de juiste kolom. Plaats alle kaarten om het bord af te ronden.
Question 1
Sorteer de woordgroepen op beginpunt, route of doel.
Question 2
Sorteer de zinnen op wat ze vertellen over het doel van de beweging.
Question 3
Sorteer de zinnen: gaat het om naar buiten gaan, herkomst of het begin van een route?
Question 4
Sorteer de zinnen op de manier waarop de route wordt beschreven.
Question 5
Sorteer de zinnen: waar gebeurt iets, of waarheen beweegt iemand?
Question 6
Sorteer de woordgroepen: beschrijven ze vervoer of een route?
Practice Richting en route - Woorden sorteren with this interactive word-sorting exercise of 6 questions. Tap each word into the column it belongs in, then submit to check your answers and get detailed feedback on every set.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Richting en route - Woorden sorteren in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.