Fill in the blank

Kies de passende vraag

Kies de vraag die bij het antwoord past. Let ook op de plaats van de persoonsvorm en het onderwerp.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Het antwoord is: "Nora werkt in het ziekenhuis." Welke vraag past? _____

Options: Waar werkt Nora?, Waar Nora werkt?, Wanneer werkt Nora?

Question 2

Het antwoord is: "Sam bezoekt zijn opa op zondag." Welke vraag past? _____

Options: Waarom bezoekt Sam zijn opa?, Wanneer bezoekt Sam zijn opa?, Wanneer Sam zijn opa bezoekt?

Question 3

Het antwoord is: "Lotte leert Duits omdat ze een nieuwe baan heeft." Welke vraag past? _____

Options: Hoe leert Lotte Duits?, Waarom Lotte Duits leert?, Waarom leert Lotte Duits?

Question 4

Het antwoord is: "Karim gaat met de fiets naar school." Welke vraag past? _____

Options: Hoe gaat Karim naar school?, Waar gaat Karim naar school?, Hoe Karim naar school gaat?

Question 5

Het antwoord is: "Eva leest een brief in de trein." Welke vraag past? _____

Options: Wie leest Eva in de trein?, Wat leest Eva in de trein?, Wat Eva in de trein leest?

Question 6

Het antwoord is: "Mijn assistent komt morgen." Welke vraag past? _____

Options: Wie komt hij morgen?, Wie hij morgen komt?, Wie komt morgen?

Question 7

Het antwoord is: "Zij belt vanavond haar moeder." Je vraagt naar haar moeder. Welke vraag past? _____

Options: Wie belt zij vanavond?, Wie zij vanavond belt?, Wie belt vanavond?

Question 8

Het antwoord is: "De muziek stopt plotseling." Welke vraag past? _____

Options: Wat de muziek plotseling stopt?, Wat stopt plotseling?, Wat stopt de muziek plotseling?

Question 9

Het antwoord is: "De kok maakt tomatensoep." Je vraagt naar de soep. Welke vraag past? _____

Options: Wat de kok maakt?, Wie maakt de tomatensoep?, Wat maakt de kok?

Question 10

Amir kiest uit drie stations en antwoordt: "Ik gebruik station Noord." Welke vraag past? _____

Options: Welk station gebruikt Amir?, Welke station gebruikt Amir?, Welk station Amir gebruikt?

Question 11

Eva kiest een bus en antwoordt: "Ik neem bus 12." Welke vraag past? _____

Options: Welk bus neemt Eva?, Welke bus neemt Eva?, Welke bus Eva neemt?

Question 12

Je vraagt naar een keuze uit meerdere boeken. Het antwoord is: "Ik lees de twee dunne boeken." _____

Options: Welk boeken lees jij?, Welke boeken jij leest?, Welke boeken lees jij?

Question 13

Het antwoord is: "De film begint om kwart over acht." Welke vraag naar de kloktijd past? _____

Options: Hoe laat begint de film?, Hoe laat de film begint?, Hoeveel begint de film?

Question 14

Het antwoord is: "Mijn zus is negentien jaar." Welke vraag past? _____

Options: Hoeveel oud is je zus?, Hoe oud is je zus?, Hoe oud je zus is?

Question 15

Het antwoord is: "De klas heeft vierentwintig stoelen." Welke vraag past? _____

Options: Hoeveel stoelen de klas heeft?, Hoe veel stoelen heeft de klas?, Hoeveel stoelen heeft de klas?

Practice Kies de passende vraag with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Kies de passende vraag in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.