Question 1
Lina kreeg de functie, _____ haar ouders erg blij maakte.
Options: wat, dat, die
Verwijs met wat naar een hele mededeling en zet het werkwoord achteraan.
Question 1
Lina kreeg de functie, _____ haar ouders erg blij maakte.
Options: wat, dat, die
Question 2
Hij begon luid te zingen, _____ niemand had verwacht, en liep toen de zaal uit.
Options: dat, wat, die
Question 3
Amir bood zijn excuses aan, _____ de sfeer verbeterde.
Options: die, dat, wat
Question 4
De vlucht werd geannuleerd. _____ zorgde voor veel vertraging.
Options: Dat, Wat, Die
Question 5
In verzorgde tekst: Het besluit _____ de voorzitter toelichtte, geldt vanaf morgen.
Options: die, dat, wat
Question 6
Het team was eerder klaar, wat niemand _____.
Options: vooraf had verwacht, had vooraf verwacht, had verwacht vooraf
Question 7
Alles wat de klant _____, noteren we in het systeem.
Options: heeft gisteren besteld, gisteren heeft besteld, bestelde gisteren
Question 8
Dit is het beste wat _____.
Options: hebben wij tot nu toe gevonden, wij tot nu toe hebben gevonden, wij hebben tot nu toe gevonden
Question 9
Ik onthoud alles wat _____.
Options: heeft ze ons verteld, ze heeft ons verteld, ze ons heeft verteld
Question 10
Doe precies wat _____.
Options: heeft de instructeur je uitgelegd, de instructeur heeft je uitgelegd, de instructeur je heeft uitgelegd
Question 11
Het regende de hele dag, _____ onze plannen in het water liet vallen.
Options: wat, dat, welke
Question 12
In verzorgde tekst: Het nieuws _____ gisteren bekend werd, staat op de website.
Options: wat, die, dat
Question 13
Ze kwam onverwacht op bezoek, _____ een leuke verrassing was.
Options: dat, wat, die
Question 14
Ik neem mee wat _____.
Options: past het in de kleine tas, in de kleine tas passen, in de kleine tas past
Question 15
De bus reed door, _____ betekende dat we niet hoefden over te stappen.
Options: dat, die, wat
Practice Hele zin en woordvolgorde with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Hele zin en woordvolgorde in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.