Question 1
Ik blijf binnen, omdat ik _____.
Options: vandaag ziek ben, ben vandaag ziek, vandaag ben ziek
Kies de natuurlijke woordvolgorde in hoofdzin en bijzin.
Question 1
Ik blijf binnen, omdat ik _____.
Options: vandaag ziek ben, ben vandaag ziek, vandaag ben ziek
Question 2
Noor zegt dat de winkel _____.
Options: sluit vanavond vroeg, vanavond vroeg sluit, vanavond sluit vroeg
Question 3
Bel me zodra je veilig thuis _____.
Options: komt aan, je aankomt, aankomt
Question 4
Ik neem een paraplu mee, omdat _____.
Options: het hard regent, het regent hard, regent het hard
Question 5
Terwijl de schoonmakers binnen werken, _____.
Options: we wachten buiten, wachten we buiten, we buiten wachten
Question 6
Controleer de ramen voordat _____.
Options: je verlaat het kantoor, verlaat je het kantoor, je het kantoor verlaat
Question 7
Ik vraag of _____.
Options: de trein op tijd komt, komt de trein op tijd, de trein komt op tijd
Question 8
Ik blijf thuis, want _____.
Options: ik koorts heb, ik heb koorts, heb ik koorts
Question 9
De manager weet dat Noor _____.
Options: sprak hem gisteren op kantoor, hem sprak gisteren op kantoor, hem gisteren op kantoor sprak
Question 10
De buurman die _____, werkt in het ziekenhuis.
Options: naast ons woont, woont naast ons, hij naast ons woont
Question 11
Het artikel dat ik _____, ligt op mijn bureau.
Options: kocht gisteren, gisteren kocht, ik gisteren kocht
Question 12
Weet u waar de dichtstbijzijnde apotheek _____?
Options: is de apotheek, de apotheek is, is
Question 13
Ik pak de telefoon, omdat ik _____.
Options: mijn zus wil opbellen, wil mijn zus opbellen, wil opbellen mijn zus
Question 14
We vertrekken zodra Noor _____.
Options: vult het formulier in, het formulier invult, het formulier vult in
Question 15
Ik weet niet waarom Mila zo vroeg _____.
Options: vertrekt Mila, Mila vertrekt, vertrekt
Practice Voegwoord en eindpositie with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Voegwoord en eindpositie in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.