Fill in the blank

Werkwoorden met te

Kies de juiste te-infinitief.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Ik probeer _____.

Options: de jas te maken, te de jas maken, de jas maken

Question 2

Mila vergeet haar tas _____.

Options: te meenemen, mee te nemen, meenemen

Question 3

De baby begint _____.

Options: huilt, huilen, te huilen

Question 4

De buren besluiten hun huis _____.

Options: te verkopen, ver te kopen, verkopen

Question 5

Amir belooft de keuken _____.

Options: te opruimen, op te ruimen, opruimen

Question 6

Ik hoop de wedstrijd _____.

Options: wint, winnen, te winnen

Question 7

Je hoeft deze dozen niet _____.

Options: te dragen, draagt, dragen

Question 8

U hoeft alleen de rode knop _____.

Options: te indrukken, in te drukken, indrukken

Question 9

Na het eten probeer ik _____.

Options: de tafel te afruimen, te de tafel afruimen, de tafel af te ruimen

Question 10

_____ je de deur te openen?

Options: Probeer, Probeert, Proberen

Question 11

_____ u niet de planten water te geven?

Options: Vergeten, Vergeet, Vergeet u

Question 12

Gisteren _____ Noor het raam te sluiten.

Options: geprobeerd, probeerden, probeerde

Question 13

Ik beloof de boeken zaterdag _____.

Options: terug te brengen, te terugbrengen, terugbrengen

Question 14

De kinderen proberen in de tuin _____.

Options: spelen, te spelen, te speelt

Question 15

Oma zit een tijdschrift _____.

Options: leest, lezen, te lezen

Practice Werkwoorden met te with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Werkwoorden met te in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.