Question 1
De uitspraakweergave van lopen uit de les is _____.
Options: lo-PEN, LO-pən, LO-PEN
Kies het juiste antwoord over de stomme e. Hoofdletters tonen de klemtoon; ə toont de stomme e.
Question 1
De uitspraakweergave van lopen uit de les is _____.
Options: lo-PEN, LO-pən, LO-PEN
Question 2
Volgens het voorbeeld wordt beter weergegeven als _____.
Options: be-TER, BE-TER, BE-tər
Question 3
De uitspraakweergave van bedankt is _____.
Options: bə-DANKT, BE-dankt, BE-DANKT
Question 4
Hoe klinkt de laatste e van grote in "een grote tas"? Als _____.
Options: een lange ee, een korte è zoals in bed, een stomme e
Question 5
In moeilijk hoor je aan het einde een stomme e. Welke letters schrijf je voor die klank? _____.
Options: ij, e, ə
Question 6
Hoe klinkt de eerste e van bekijken? Als _____.
Options: een lange ee, een stomme e, een korte è zoals in bed
Question 7
Welk deel van gemaakt klinkt met een stomme e? _____.
Options: Alleen -maakt, Zowel ge- als -maakt, Alleen ge-
Question 8
In beter klinkt de eerste e als _____.
Options: een duidelijke lange e, een stomme e, een korte è zoals in bed
Question 9
Je schrijft normaal _____; _____ laat de juiste uitspraak zien.
Options: loopen, lopen, lopən, lo-PƏN, LƏ-pon, LO-pən
Question 10
Bij een stomme e blijft je mond _____ en maak je de klank heel kort.
Options: wijd open, ontspannen, strak gesloten
Question 11
Hoe klinkt de e van de in "De man leest een boek", zonder nadruk? Als _____.
Options: een lange ee, een korte è zoals in bed, een stomme e
Question 12
Het lidwoord een klinkt in een rustige uitspraak ongeveer als _____.
Options: ən, EEN, ee
Question 13
Je zegt hoeveel fietsen je hebt: niet twee, maar minder. Hoe klinkt het getal in "Ik heb een fiets, niet twee"? _____.
Options: ən, EEN, en zoals in pen
Question 14
Je zegt "Ik zoek een rustige plek" zonder nadruk op het aantal. Hoe klinkt een? _____.
Options: EEN, en zoals in pen, ən
Question 15
Welke klank kan in Nederland aan het einde van lopen wegvallen, terwijl de stomme e blijft? De klank van de _____.
Options: n, e, p
Practice De stomme e herkennen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using De stomme e herkennen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.