Question 1
Een poststuk wordt als nieuwe informatie geïntroduceerd: _____ op de mat.
Options: Er ligt een brief, Er liggen een brief, Er een brief ligt
Kies de vorm en woordvolgorde die een nieuw, onbepaald onderwerp met presentatief er introduceert.
Question 1
Een poststuk wordt als nieuwe informatie geïntroduceerd: _____ op de mat.
Options: Er ligt een brief, Er liggen een brief, Er een brief ligt
Question 2
Het echte onderwerp bepaalt het getal van de persoonsvorm: er _____ één sleutel op tafel, maar er _____ twee sleutels naast.
Options: liggen, ligt, lig, heeft
Question 3
Ook niemand en niets vragen hier om enkelvoud: er _____ niemand bereikbaar en er _____ niets veranderd.
Options: is, zijn, worden, heeft
Question 4
Er is helemaal geen brood meer. Kies de juiste plaats van de ontkenning in de onderwerpsgroep: er is _____ meer.
Options: brood geen, niet een brood, geen brood
Question 5
Maak het betekenisverschil zichtbaar. Niemand van de bezoekers betaalde: “Er heeft _____ betaald.” Bij één persoon ontbreekt de betaling: “Er is een bezoeker _____.”
Options: geen bezoeker, een niet bezoeker, bezoeker geen, dat niet betaald heeft, die niet betaald heeft, die heeft niet betaald
Question 6
Een band wordt als nieuwe informatie genoemd. Zet vanavond op positie één: vanavond _____.
Options: er treedt een band op, treedt een band er op, treedt er een band op
Question 7
De schrijver verwacht misschien nog een update. Kies de hoofdzin met waarschijnlijk vooraan: waarschijnlijk _____.
Options: volgt er nog een update, er volgt nog een update, nog een update volgt er
Question 8
Na de lunch staat vooraan en drie bussen is het nieuwe meervoudige onderwerp: na de lunch _____.
Options: er arriveerden drie bussen, arriveerden er drie bussen, arriveerde er drie bussen
Question 9
Kies de juiste dat-bijzin met een voltooide werkwoordgroep: ik zie _____.
Options: dat er een file zijn ontstaan, dat er is een file ontstaan, dat er een file is ontstaan
Question 10
De ruimte gaat pas open nadat een nog onbekende begeleider is aangekomen: we openen pas _____.
Options: als er een begeleider is aangekomen, als is er een begeleider aangekomen, als een begeleider er is aangekomen
Question 11
De organisator controleert de toekomstige beschikbaarheid: zij vraagt _____.
Options: of zullen er morgen voldoende tafels zijn, of er morgen voldoende tafels zullen zijn, of morgen voldoende tafels er zullen zijn
Question 12
Een defect veroorzaakt vertraging. Kies de juiste vooropgeplaatste omdat-bijzin: _____, duurt de wachttijd langer.
Options: Omdat twee liften zijn er buiten gebruik, Omdat er twee liften buiten gebruik is, Omdat er twee liften buiten gebruik zijn
Question 13
Gebruik presentatief er en zet het korte bijwoord vroeg in het middenveld: we wachten nog, _____.
Options: omdat er waarschijnlijk niemand reageert, omdat waarschijnlijk niemand er reageert, omdat reageert er waarschijnlijk niemand
Question 14
Maak twee ja-neevragen met de juiste congruentie: _____ nog één stoel vrij? _____ nog drie tafels beschikbaar?
Options: Er is, Is er, Zijn er, Er zijn
Question 15
Kies eerst een vraag naar de reden en daarna een vraag naar het aantal: _____ een politieauto buiten? _____ naar de workshop?
Options: Waarom staat er, Waarom er staat, Waarom een politieauto staat er, Hoeveel komen er deelnemers, Hoeveel deelnemers komen er, Hoeveel deelnemers er komen
Practice Positie, congruentie en vragen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Positie, congruentie en vragen in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.