Question 1
Een storing wordt als nieuwe gebeurtenis gemeld. Kies de voltooide tijd: _____ vanochtend een storing ontstaan.
Options: Er is, Is er, Er heeft
Kies de juiste vorm met er en bepaal wanneer er presentatief, locatief, kwantitatief of aan een voorzetsel gekoppeld is.
Question 1
Een storing wordt als nieuwe gebeurtenis gemeld. Kies de voltooide tijd: _____ vanochtend een storing ontstaan.
Options: Er is, Is er, Er heeft
Question 2
Zet morgen vooraan en houd bellen achteraan: morgen _____.
Options: er zal een koerier bellen, zal er een koerier bellen, zal een koerier er bellen
Question 3
Drie dozen vormen het echte meervoudige onderwerp: er _____ nog drie dozen worden gecontroleerd.
Options: moet, wordt, moeten
Question 4
Het draaiboek noemt een gepland besluit zonder dat dit al vaststaat: volgens het draaiboek _____ om twaalf uur een besluit worden genomen.
Options: zou er, er zou, zouden er
Question 5
De passieve zin noemt geen gewoon onderwerp. Daarom gebruik je enkelvoud: er _____ elke vrijdag in het buurthuis gedanst.
Options: worden, wordt, zijn
Question 6
Vergelijk de congruentie in twee passieve presentaties: er _____ deze week één lift gerepareerd en er _____ later drie roltrappen gecontroleerd.
Options: worden, zijn, wordt, is
Question 7
Twee nieuwe laadpalen worden morgen als nieuwe informatie aangekondigd. Zet morgen vooraan: _____.
Options: Morgen worden er twee nieuwe laadpalen geplaatst, Morgen er worden twee nieuwe laadpalen geplaatst, Morgen worden twee nieuwe laadpalen er geplaatst
Question 8
De voltooide passieve zin heeft helemaal geen gewoon onderwerp: er _____ tijdens het festival hard gewerkt.
Options: zijn, worden, is
Question 9
De monteur van vorige week is al bekend en identificeerbaar. Kies daarom de neutrale basiszin: _____.
Options: Er opnieuw komt de monteur van vorige week, Er komt de monteur van vorige week opnieuw, De monteur van vorige week komt opnieuw
Question 10
Een nog onbekende onderzoeker wordt nadrukkelijk als nieuwe informatie gepresenteerd: _____ voor de deur.
Options: Er staat een onderzoeker, Er een onderzoeker staat, Staat een onderzoeker er
Question 11
Vul de persoonsvorm in de beschrijving zonder presentatief er in: bij de uitgang _____ een automaat.
Options: staan, staat, stonden
Question 12
Benoem de functie van er. In “Er staat een scooter voor de deur” is er _____; in “De scooter staat er nog” is er _____.
Options: locatief, kwantitatief, presentatief, onpersoonlijk
Question 13
Van de benodigde exemplaren heb ik _____ vier. De rest wordt morgen bezorgd; ik reken _____.
Options: ze, er, hen, eraan, erover, erop
Question 14
Bijna alle exemplaren zijn verkocht. Er _____ er nog maar twee.
Options: zijn, is, heeft
Question 15
Niemand bespreekt het incident. Vul de onpersoonlijke passieve zin aan: Er _____ gepraat.
Options: worden niet over, wordt er niet over, wordt niet over
Practice Passief, weglating en functies with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Passief, weglating en functies in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.