Fill in the blank

Later vanuit toen

Kies de vorm voor een gebeurtenis die vanuit een verleden moment nog later lag.

0 / 15 blanks filled0%

Question 1

Op maandag zei Lina dat _____.

Options: ze vrijdag zou bellen, ze vrijdag zouden bellen, zou ze vrijdag bellen

Question 2

We dachten dat de winkels die avond open _____.

Options: zou zijn, zouden zijn, zou waren

Question 3

De monteur voorspelde dat _____.

Options: de reparatie twee uur zouden duren, zou de reparatie twee uur duren, de reparatie twee uur zou duren

Question 4

Mila beloofde dat zij ons bij de verhuizing _____.

Options: zou helpen, zouden helpen, zou hielp

Question 5

De spelers beloofden dat ze om zes uur _____.

Options: zou vertrekken, zouden vertrekken, zouden vertrokken

Question 6

Toen wist ik nog niet dat die buurjongen later mijn collega _____.

Options: zouden worden, zou werd, zou worden

Question 7

De veerboot vertrok om acht uur en _____ pas rond middernacht aankomen.

Options: zou, zal, is

Question 8

We hoorden dat de bezorgers de volgende ochtend _____.

Options: zou komen, zouden komen, zouden kwamen

Question 9

Sara verwachtte dat _____.

Options: zou het tijdens de spits druk worden, het tijdens de spits druk zouden worden, het tijdens de spits druk zou worden

Question 10

De arts zei vorige week dat ik de volgende dag weer _____.

Options: zou kunnen werken, zouden kunnen werken, zou kon werken

Question 11

Als ik genoeg geld had, _____ ik een nieuwe fiets kunnen kopen.

Options: zouden, zou, was

Question 12

_____ u deze deur even voor mij willen openen?

Options: Waren, Zouden, Zou

Question 13

De klant zei: "Ik betaal morgen." Later meldden we dat hij de volgende dag _____.

Options: zou betalen, zou betaalt, zouden betalen

Question 14

De kinderen vroegen of hun ouders hen later _____.

Options: zou ophalen, zouden ophalen, zouden haalden

Question 15

Toen wist niemand dat die kleine beslissing jaren later grote gevolgen _____ hebben.

Options: zou, zal, zouden

Practice Later vanuit toen with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.

Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Later vanuit toen in everyday Dutch.

Looking for more practice? See all exercises for this lesson.