Question 1
Eva beloofde dat ze _____, maar ze vergat het volledig.
Options: zou bellen, belde, had gebeld
Kies de passende vroegere toekomst en onderscheid andere betekenissen van zou.
Question 1
Eva beloofde dat ze _____, maar ze vergat het volledig.
Options: zou bellen, belde, had gebeld
Question 2
We verwachtten dat het _____, maar de lucht bleef helder.
Options: zou regende, zou regenen, zouden regenen
Question 3
De technicus zei dat de test twintig minuten _____, en dat klopte precies.
Options: zouden duren, zou duurde, zou duren
Question 4
Als ik meer vrije dagen had, _____ ik langer blijven.
Options: zou kunnen, zouden kunnen, zou kon
Question 5
_____ u mij de weg kunnen wijzen?
Options: Zouden, Zou, Zul
Question 6
Ik _____ graag ooit aan zee wonen.
Options: zouden, zou, zullen
Question 7
De conducteur meldde dat de trein niet van spoor drie _____.
Options: zou vertrekken, zouden vertrekken, zou vertrok
Question 8
De buren vertelden dat ze hun huis de maand daarna _____.
Options: zou verkopen, zouden verkopen, zouden verkochten
Question 9
Op dat moment kon niemand vermoeden dat het plan volledig _____.
Options: zou mislukte, zou mislukken, zouden mislukken
Question 10
Op maandag zei Tom: "Ik kom morgen terug." Op vrijdag vertelde ik dat Tom _____ zou terugkomen.
Options: de volgende dag, de vorige dag, dezelfde dag
Question 11
Noor zei: "Mijn broer komt later." We schreven dat _____ broer later zou komen.
Options: mijn, haar, jouw
Question 12
We wisten niet of de werkzaamheden de week daarna op tijd _____.
Options: zou eindigen, zouden eindigden, zouden eindigen
Question 13
De krant voorspelde dat de rente later _____.
Options: zou dalen, zou daalde, zouden dalen
Question 14
Ze beloofden dat ze het document niet _____.
Options: zou verliezen, zouden verliezen, verloren
Question 15
De vergadering begon rustig, maar een uur later _____ alles veranderen.
Options: had, zou, zouden
Practice Verslag, uitkomst en betekenis with this interactive fill-in-the-blank exercise of 15 questions. Choose the option that correctly completes each sentence, then submit to check your answers and get detailed feedback on every choice.
Practicing grammar in real sentences — rather than memorising rules in isolation — is one of the most effective ways to make a structure stick. You can retry as many times as you like to build accuracy and confidence using Verslag, uitkomst en betekenis in everyday Dutch.
Looking for more practice? See all exercises for this lesson.