Grammar learning path · A2 Elementary
Jezelf en elkaar.
Sommige handelingen gaan terug naar de persoon die ze uitvoert; andere bewegen tussen twee of meer personen. Je leert de passende voornaamwoorden kiezen en voorkomt zo verwarring tussen zichzelf, elkaar en samen.
2 lessons9 exercisesIn order, or à la carte
Start path — Lesson 1
First lesson · Wederkerende voornaamwoorden bij dagelijkse handelingen
What you'll learn.
- Wederkerende vormen bij het juiste onderwerp kiezen.
- Elkaar gebruiken wanneer een handeling wederzijds is.
- Zich, zichzelf, elkaar en samen op betekenis onderscheiden.
Before you start.
- Je kent persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp en als voorwerp.
Lessons in this path.
Take them in order- 1Lesson 1Wederkerende voornaamwoorden bij dagelijkse handelingen
Kies me, je, zich of ons wanneer de handeling teruggaat naar het onderwerp en gebruik -zelf voor nadruk.
- 2Lesson 2Elkaar als wederkerig voornaamwoord
Gebruik elkaar voor een handeling in twee richtingen en onderscheid die betekenis van zich en samen.
Ready?
Wederkerende voornaamwoorden bij dagelijkse handelingen.
Begin with the first lesson and work through the practice at your own pace.